dinsdag 8 maart 2011

Politieke rol federaal hooggerechtshof

Brazilië is een land waar de hoogste rechterlijke macht uitspraken kan doen die directe invloed op het dagelijkse politieke reilen en zeilen kunnen hebben. Met de benoeming deze maand van Luiz Fux tot elfde hogerechter is het Supremo Tribunal Federal (Federaal Hooggrechtshof) weer op volle sterkte en daarmee in staat bindende uitspraken te doen.
En de hoge dames en heren hebben een dikke politieke agenda: goedkeuring van de benoeming van de plaatsvervangers voor de federale parlementsleden (zij die parlementariërs zullen gaan vervangen wegens ziekte of aanstelling tot een regeringspost), verlenging van de Lei da Ficha Limpa (tegen corrupte politici), goedkeuring van de nieuwe partij van de burgemeester van São Paulo Gilberto Kassab (die via een ingenieuze constructie zich op de politieke ladder omhoog probeert de werken) en de bevestiging van het onlangs in de senaat met veel politieke tamtam aangenomen besluit om het wettelijk minimumloon op R$545 te stellen. Daarnaast spelen nog twee belangrijke kwesties: de mogelijke uitlevering van de linkse terrorist Cesare Battisti aan Italië en een groot onderzoek naar politieke corruptie dat voor 2012 gepland staat.
Voor brazilianisten komt er weer een leuke en interessante tijd aan!

zaterdag 22 januari 2011

Historische verhouding elite x volk

Mijn allereerste academische onderzoek over Brazilië tijdens mijn geschiedenis-opleiding in Groningen betrof een korte beschrijving van de historiografie van en rond de vermaarde socioloog Gilberto Freyre. Ik werd gegrepen door de materie en binnengeleid in de wondere wereld van het herenhuis en de slavenhut, naar Freyre's beroemdste werk 'Casa Grande e Senzala' uit 1933. Na dat onderzoek, wat amper vijf pagina's telde maar dat ik nog steeds koester, heeft Brazilië mij tot op de dag van vandaag niet meer losgelaten.
Bij het lezen vannacht van Robert Levine's studie naar de verhouding tussen de Braziliaanse elite en het gewone volk (o povo) tot aan de jaren dertig van de vorige eeuw (Robert M. Levine, 'Elite perspectives on the Povo' in Michael Conniff en Frank McCann (ed.), Modern Brazil. Elites and Masses in Historical Perspective uit 1989) kwam mijn hele afstudeeronderzoek weer helder voor de geest. In dit artikel beschrijft hij hoe de Braziliaanse elite tot voor kort (en mijns inziens in sommige gevallen nog steeds) een verwrongen verhouding met het gewone volk heeft gehad.
Het beeld dat de heersende elite beheerste schommelde tussen een romantische idylle van dociele en kinderlijke mensen en een wilde, onbeschaafde massa dat een gevaar voor de sociale orde met zich meebracht. Teneinde Brazilië toch in de vaart der volkeren op te stuwen legde men de nadruk op europeanisering van de samenleving door technologische innovatie en het aanmoedigen van een grootschalige immigratie van Europeanen, teneinde niet meer afhankelijk te zijn van de eigen immorele, cultureel inferieure en schaamteloze geachte plattelandsbevolking.
In de jaren '20 ontstonden de eerste barstjes in dit beeld door een literaire herwaardering van het volk. Nadat Euclides da Cunha's beroemde werk 'Os Sertões' uit 1901 de multiraciale volksmassa op heroïsche wijze rond de slag van Canudos in het volle daglicht had gebracht traden andere schrijvers in zijn voetsporen, variërend van idyllisch (Mário de Andrade) tot rauw (José de Almeida).
Het was het begin van de modernistische beweging die in de jaren '20 en '30 een poging deed om de Braziliaanse identiteit in al haar uniek culturele rijkdom te herdefiniëren, waardoor folklore en volkscultuur voor het eerst openlijk bespreekbaar werden gemaakt. Maar de grote meerderheid van de sociale en politieke (veelal racistische) elite was er nog helemaal niet klaar voor en reageerde dan ook geschokt toen Gilberto Freyre in zijn baanbrekende sociologische werken de seksuele vermenging van de diverse bevolkingsgroepen als basis zag van wat in zijn ogen de unieke Braziliaanse cultuur.
Met de politieke opkomst van dictator Getúlio Vargas in 1930 en zijn invoering van de Estado Novo sloeg de elite dan ook genadeloos terug. De modernistische ideeën over het volk werden onder luid applaus van de Kerk en de machtige grootgrondbezitters met militaire repressie teruggedrongen. Freyre en de zijnen moesten hun heil fysiek elders zoeken, meestal in de stad São Paulo, waar moderne ideeën door een enkeling levendig kon worden gehouden. Het gewone volk op het platteland en de allerarmsten in de steden konden weer schaamteloos worden aangeduid als lui, zwak en dom. Nog in de vroege jaren '80 verklaarde de net aangetreden militaire president generaal João Baptista Figueiredo publieke bijeenkomsten te haten om de doodeenvoudige reden dat het volk zijns inziens nog meer stonk dan zijn eigen paard.
Door de eeuwen heen is de Braziliaanse elite uiteindelijk immer gebrand geweest op de handhaving van de status quo. Zelfs academici en kunstenaars die de sociale omstandigheden in kaart brachten trokken daar meestal geen politieke conclusies uit. Ook de geroemde Cinema Novo uit de jaren '60, waarin de bestaande rauwe werkelijkheid en het sociale onrecht op soms prachtige wijze in beeld werd gebracht, kende geen politieke agenda.
Het is aan toekomstige historici om te bezien of de regeringsjaren van de volkse president Lula en die van zijn opvolgster Dilma Rousseff daar in de kern iets aan veranderd zal hebben.

vrijdag 21 januari 2011

Straatkinderen in Rio - 1

Het voordeel van werken in de nachtdienst is de gelegenheid die me geboden wordt om in alle rust artikelen en boeken over Brazilië te lezen en te bestuderen. Om mij zo verder te verdiepen in mijn kennis van de Braziliaanse maatschappij, haar geschiedenis en de mensen.
Afgelopen nacht heb ik mij zo kunnen wijden aan het verslag van een sociologische studie van de Braziliaanse afdeling van Terres des Hommes (Claudia Cabral en Valéria Brahim, "Caring for the caregiver" in Young Children in Cities: Challenges and Opportunities, een uitgave van de Bernard van Leer Foundation uit november 2010) naar de levenskwaliteit van straatkinderen in Rio de Janeiro.
De feiten mogen nagenoeg bekend worden verondersteld: het merendeel van de 21 miljoen kinderen tot 6 jaar (11% van de totale Braziliaanse bevolking) leeft in de steden en is daar overgeleverd aan het harde stadse leven van alledag. Naar schatting van de Braziliaanse autoriteiten leven er zo'n 25.000 kinderen op straat, te verdelen in een drietal groepen: straatkinderen die elke avond weer naar huis gaan, kinderen die alleen in het weekeinde naar huis gaan en zij die permanent op straat leven.
De insteek van Terres des Hommes bij dit onderzoek was het identificeren van de kenmerken van mensen die noodgedwongen op straat leven en daarbij uitgesloten zijn van onderwijs. Bij gebrek aan officiële overheidscijfers (in Brazilië een chronisch probleem als het om de levensomstandigheden van de armsten binnen de samenleving gaat) trok men de wijk in, in dit geval naar de Margueirinha-gemeenschap in de gemeente Duque de Caxias in de Baixada Fluminense, zestien kilometer van Rio de Janeiro.
Deze gemeenschap telde ten tijde van het onderzoek een hoge werkloosheid. Zo'n 45% van de bevolking zat zonder werk en had als straatverkoper of vuilnisverzamelaar in de stad Rio de Janeiro haar toevlucht gezocht in de informele economie. Door de ontoereikende inkomsten uit deze werkzaamheden werden ook de kinderen in dit proces betrokken, vergemakkelijkt door het totaal ontbreken van kinderdagopvang en basisscholen in de wijk. Het onderzoek vertelt over de slechte hygiëne in de wijk, evenals het dagelijks geweld zowel op straat als binnen de gezinnen zelf.
Al met al weinig verrassende inzichten en bevindingen. Dit alles mag toch genoegzaam bekend worden verondersteld. En ook de aangedragen oplossingen getuigen van weinig nieuwe ideeën. Het opzetten van dagcentra, basisscholen, culturele projecten en wijkorganisaties hebben reeds in andere wijken hun dienst bewezen, evenals de belangrijke rol die de overheid bij het verduurzamen van deze sociale activiteiten zou moeten spelen.
Alle respect voor het kostbare werk van Terres des Hommes, maar dit onderzoek lijkt afgaande op het artikel weinig nieuws bij te dragen aan onze kennis over dit onderwerp. Het is meer een helder geschreven introductie voor mensen die zich voor het eerst in de materie interesseren.

woensdag 3 november 2010

Nieuwe PSDB-oppositieleider

De PSDB likt haar wonden na de nederlaag van haar kandidaat José Serra bij de recente presidentsverkiezingen. De partij moet een weg zien te vinden hoe de PT-dynastie van Lula en Dilma Rousseff over vier jaar te kunnen doorbreken en haar kandidaat wederom aan de macht te helpen.
Direct na 30 november wurmde de populaire oud-gouverneur van Minas Gerais en senator Aécio Neves (kleinzoon van de eerste burgerpresident na de militaire dictatuur Tancredo Neves) zich naar voren als de oppositieleider tegen de nieuwe regering en daarmee als de kandidaat voor de presidentsnominatie van 2014. Veel te voorbarig, meent de oud-president en boegbeeld van de partij Fernando Henrique Cardoso. Aécio is sterk uit de strijd gekomen maar is volgens hem daarmee nog niet de natuurlijke kandidaat. FHC heeft inmiddels binnen de PSDB de discussie geopend om reeds in 2012 haar kandidaat voor het presidentschap te lanceren en zo twee jaar de tijd te creëren om het Braziliaanse publiek in haar richting te masseren. Hij wordt daarbij ondersteund door de partijvoorzitter Sérgio Guerra, de huidige fractieleider in het Huis van Afgevaardigden João Almeida en de partijprominent Teotonio Vilela Filho, de huidige gouverneur van de deelstaat Alagoas. Voor de laatste bestaat er zelfs de mogelijkheid dat José Serra voor de derde maal een gooi naar de kandidatuur zal doen.
Oppositie tegen dit idee van FHC komt uit de invloedrijke PSDB-afdeling van de deelstaat São Paulo die haar kaarten lijkt te zetten op de huidige gouverneur Geraldo Alckmin. Deze heeft zelf aangegeven er geen been in te zien om gelijktijdig presidentskandidaat en gouverneur van de deelstaat te zijn. Senator Álvaro Dias pleit in deze kring eerder voor de opbouw van een partijdemocratisch stelsel om de kandidaat te kiezen.
Zoals het er nu uitziet zal het de komende jaren gaan tussen Aécio Neves en Geraldo Alckmin om zich te profileren als de kandidaat voor 2014. Vooralsnog denk ik dat Aécio als oppositieleider in het Congres op dit moment de beste papieren heeft.

maandag 1 november 2010

Brazilië heeft een nieuwe president

Een historische dag voor Brazilië. Voor het eerst in haar geschiedenis is een vrouw verkozen tot staatshoofd en regeringsleider. Het is aan Dilma Rousseff de taak om als president de ingeslagen koers van haar immens populaire voorganger Luiz Inácio Lula da Silva voort te zetten en uit te bouwen.
Met ruim 55% van de uitgebrachte stemmen wist ze haar concurrent José Serra achter zich te laten, wiens indrukwekkende politieke carrière hiermee definitief wel ten einde zal zijn. De kans dat hij, die reeds alles al heeft gedaan (parlementariër, minister, burgemeester en gouverneur), voor de derde keer een gooi naar het presidentschap zal doen lijkt verkeken. Een nieuwe generatie PSDB-ers staat klaar om de leiding in het centrum-rechtse kamp te nemen.
Dilma heeft haar overwinning te danken aan overwinningen in Rio de Janeiro, Minas Gerais, het Federaal District en de staten in het noordoosten van Brazilië. Tekenend was de winst van Serra in het zakencentrum São Paulo en die deelstaten van het land waar de agrobusiness de dienst uitmaakt, zowel in het zuiden (Rio Grande do Sul, Santa Catarina en Paraná) als de frontierstaten in het Amazonegebied, zoals bv. Mato Grosso (do Sul) en Rondônia.
Opvallend is dat afgaande op de gouverneursverkiezingen in de deelstaten de oppositie van PSDB en DEM een meerderheid van de stemmen heeft behaald (52,3%), maar dat de nieuwe regering-Rousseff door de parlementsverkiezingen via de verkiezingscoalities kan rekenen op ruime steun in de beide kamers van het Congres. Er worden slechts onderhandelingen verwacht met drie partijen die zich tijdens de verkiezingsstrijd aan geen van beide kampen verbonden had: de PP, de PTB en natuurlijk de Partido Verde van de verrassing van 2010 Marina Silva. (Die heeft aangegeven persoonlijk niet meer in aanmerking te komen voor een ministerschap en zich geleidelijk uit de actieve politiek wil trekken.)
De kampen zijn betrokken voor een nieuwe vier jaar Braziliaans politiek gewoel en gedeal. Zal Rousseff Lula kunnen doen vergeten? Of zal ze de tussenpaus blijken te zijn naar een nieuwe periode-Lula na 2014?

dinsdag 5 oktober 2010

Eerste indrukken verkiezingen 3 oktober

De eerste ronde van de verkiezingen in Brazilië zijn achter de rug. Op 31 oktober aanstaande zullen de Brazilianen opnieuw naar de stembus moeten om in de tweede ronde de nieuwe president te kiezen. Het gaat die dag zoals reeds verwacht werd tussen Dilma Rousseff en José Serra. Maar de grote winnaar van de eerste ronde is voor mij toch de groene kandidaat Marina Silva geworden. Alhoewel als derde eindigend en daardoor uitgesloten van de tweede ronde heeft zij het afgelopen zondag met 20% van de stemmen onverwachts toch uitstekend gedaan. Serra eindigde immers op 33%. Een dergelijk klein verschil tussen nummer twee en drie is niet eerder in de recente Braziliaanse geschiedenis voorgekomen.
De dag na de uitslag is het grote touwtrekken aan de stemmen van Marina en haar Partido Verde begonnen. José Serra wijst op de goede verstandhouding die hij in zijn thuisstaat São Paulo in zijn hoedanigheid als gouverneur met de groenen heeft opgebouwd, terwijl verliezend PV-gouverneurskandidaat in Rio de Janeiro (Fernando Gabeira) zich reeds eerder tot het Serra-kamp liet rekenen. Het Dilma-kamp wijst erop dat Marina door haar PT-verleden een natuurlijke bondgenote voor de socialisten is, maar persoonlijk vind ik die redenering niet erg sterk. Marina is uit de PT (en als PT-minister van milieu) gestapt wegens haar ongenoegen over de milieukoers van de zittende regering-Lula en ik verwacht op dit gebied van Dilma weinig koersverandering op dit moment. Marina Silva speelt trouwens zelf met de gedachte een ledenraadpleging binnen de groene partij uit te schrijven. Kortom: oktober wordt nog een politiek zeer interessante maand.
Grote verrassingen bij de senaatsverkiezingen zijn de nederlaag van het PSDB-kopstuk Tasso Jereisatti in de deelstaat Ceará, uitgesproken tegenstander van president Lula. Hij is inmiddels teleurgesteld uit de politiek gestapt. In de deelstaat Amazonas kreeg het politieke dier Arthur Virgílio geheel tegen de verwachting in klop van een communistische kandidate en mag ambtloos thuis blijven.
Terwijl in de deelstaat Tocantins de inmiddels 82-jarige 'vader des vaderlands' Siqueiro Campos voor de vierde maal tot gouverneur is verkozen zal het o.a. in de deelstaten Pará, Goiás en Roraima tot een spannende tweede ronde komen. In de drie machtigste deelstaten geen verrassingen, daar kwamen Geraldo Alckmin in São Paulo, Sérgio Cabral in Rio de Janeiro en Antonio Anastasia in Minas Gerais als verwachte winnaars uit de bus.
En ja, dan de leuke winnaars: de voetballers (Romário, Bebeto en bijna oud-PSV-er Vampeta), filmsterren en tv-persoonlijkheden. Al ziet het er naar uit dat de man met nationaal de meeste voorkeursstemmen (de clown Tiririca in São Paulo) wegens vermeend analfabetisme niet tot het federale Huis van Afgevaardigden toegelaten zal worden.

donderdag 23 september 2010

Nog 2 weken

Bizar, terwijl de zittende regering van president Lula ongekende populariteit onder de bevolking blijft genieten moet de Lula-kandidaat voor het komend presidentsschap (Dilma Rousseff) dagelijks alles op alles moet zetten om boven de 50%-grens te komen om reeds in de eerste ronde de overwinning binnen te kunnen halen.
Volgens de laatste cijfers van opiniepeiler Datafolha staat op dit moment 78% van de bevolking uiterst positief ten opzichte van Lula, terwijl maar 4% uitgesproken negatief over hem is. Kijkt men naar de laatste peilingen voor de komende presidentsverkiezingen dan is Lula-kandidaat Rousseff op dit moment weer onder de 50% (49%) van de stemmen gedaald, waardoor de Brazilianen in november opnieuw naar de stembus zullen moeten voor de tweede ronde. Haar tegenstrevers José Serra en Marina Silva staan op dit moment op respectievelijk 28 en 13%.
Hoeveel (vermeende) corruptieschandalen zullen er de komende twee weken na de zaak-Erenice Guerra nog via de media boven water komen en zal het Rousseff cs. lukken deze zonder al te veel kleerscheuren van zich af te laten glijden om haar winst reeds in de eerste ronde te kunnen vasthouden? Vamos ver!