vrijdag 8 december 2017

Detentie in Brazilië, de cijfers


 (Foto: Amnesty International - Portugal)

Vandaag kwam het Braziliaanse ministerie van Justitie met de laatste cijfers (link naar Infopen) over het gevangeniswezen. En ze zijn ontluisterend te noemen. Zo is voor het eerst het totale aantal gedetineerden in Brazilië boven de 700.000 gekomen en stond de teller in 2016 op ruim 726.000. Een stijging van 19.5% ten opzichte van 2014. São Paulo blijft de eenzame koploper als het om detentie gaat, in 2016 240.000. Ter vergelijking, de nummers twee, drie en vier en drie (Minas Gerais, Paraná en rio de Janeiro) staan respectievelijk op 68.000, 52.000 en 50.000.
Alhoewel niet alle deelstaten de samenstelling van de gevangenispopulatie niet goed bijhouden kan verder worden geconcludeerd dat 55% van de gedetineerden tot de jongeren behoort. 30% is tussen de 18 en 24 jaar en nog eens 25% tussen de 26 en 29. Verwacht mag worden dat dit aantal de komende jaren beduidend zal gaan stijgen als de leeftijd voor het volwassenenstrafrecht, zoals vurig wordt nagestreefd door met name het rechts-conservatieve politieke kamp, verlaagd zal worden naar 16 jaar.
In totaal telde Brazilië in 2016 zo'n 42.000 vrouwelijke gevangenen, waarvan rond de 15.000 alleen al in de deelstaat São Paulo. 62% van de vrouwen zit vast wegens de handel in verdovende middelen en dan vooral in de lagere echelons binnen de drugswereld, die van drugsrunner. Ook het aantal vrouwelijke gedetineerden steeg. Sinds 2014 met ruim 10% en gerekend over de laatste zestien jaar met 680%. Vanwege het enorm grote gebrek aan speciaal voor vrouwen gebouwde en ingerichte penitentiaire instellingen (slechts 7% van de detentiecentra is alleen op vrouwen ingericht) bevindt het merendeel van de dames zich in gemengde centra, waarvan 74% aan mannen toekomt. Door deze situatie zijn de hygiënische omstandigheden voor vrouwen slecht te noemen en krijgen veel moeders geen toestemming hun kroost te ontvangen. Het onderzoek van het ministerie wijst in dit opzicht uit dat 74% van de gedetineerde vrouwen een kind heeft en 20% van hen twee of meer. Er gaan in Brazilië dan ook stemmen op om zwangere gedetineerden huisarrest te geven, evenals moeders met kinderen tot 12 jaar.
Ook in penitentiair opzicht blijkt er in Brazilië sprake van structureel racisme te zijn. 64% van de gedetineerden is als zwart te beschouwen. In de praktijk blijken blanke Brazilianen meer dan hun zwarte landgenoten voor alternatieve straffen in aanmerking te komen.
Opvallend is bovenal het aantal mensen dat in voorarrest, dus zonder een veroordeling, soms voor maanden, in de gevangenis zit. Dit lot trof in 2016 zo'n 40%, een cijfer dat de laatste tien jaar vrijwel constant is gebleven. Critici van het huidige detentiesysteem wijzen er dan ook op dat deze grote hoeveelheid een enorme druk legt op het budget, de menselijke omstandigheden en de reeds bestaande chaos die er reeds in de meeste penitentiaire instellingen heerst, met name in gevangenissen op deelstaatniveau. In dergelijke inrichtingen blijken er bijvoorbeeld op de 50 à 100 gedetineerden een gevangenismedewerker te zijn, terwijl 1 op de vijf binnen de criminologie als ideaal maximum wordt beschouwd.
Op basis van de Braziliaanse Wet op de Strafuitvoering, dat in theorie ook gericht is op resocialisatie van veroordeelde delinquenten, hebben alle gedetineerden het recht op onderwijs en werk. In de praktijk blijken de cijfers ontluisterend laag te zijn. Gemiddeld volgt 12% van de gevangenen enigerlei vorm van onderwijs en heeft 15% werkzaamheden als dagbesteding. In dit opzicht blijkt een gevangene in de noordoostelijke deelstaat Rio Grande do Norte het slechtste af te zijn. Daar gaat 2% naar school en heeft 1% werk. Koplopers zijn qua onderwijs Tocantins (25%) en wat werk betreft Minas Gerais met 30%. Wat arbeid betreft wijst het onderzoek van het ministerie eveneens uit dat in weerwil van de wet in 2016 slechts een kwart van de gedetineerden voor zijn werkzaamheden betaald kreeg. De anderen kregen niets uitbetaald of minder dan 75% van het wettelijk minimumloon.

zondag 9 oktober 2016

Stilte voor de storm

Brazilië wacht op de grootste explosie in het lopende en geruchtmakende justitiële Lava Jato-onderzoek naar corruptie rond staatsenergiereus Petrobras. Een dezer dagen zal naar het zich laat aanzien niemand minder dan Marcelo Odebrecht, de voormalige CEO van de grootste bouwondernemer in Brazilië, in ruil voor strafvermindering bij het federale openbaar ministerie een boekje open gaan doen over de banden tussen het Braziliaanse bedrijfsleven en de verschillende politieke partijen die de afgelopen decennia in het land aan de macht zijn geweest. Teneinde daartoe voor hem en een vijftigtal andere gearresteerde Odebrecht-medewerkers gunstige voorwaarden in de wacht te slepen onderhandelt zijn vader en oprichter van het bedrijf Emílio Odebrecht op dit moment in de hoofdstad Brasília met het kantoor van de federale procureur-generaal Rodrigo Janot. De belangen aan weerszijden zijn enorm. Het OM heeft met Marcelo Odebrecht een van de machtigste en rijkste Braziliaanse ondernemers in hechtenis genomen en zijn veroordeling moet als een voorbeeld gaan gelden als het gaat om de strijd tegen de straffeloosheid die in Brazilië steevast met corruptieschandalen samengaan. Odebrecht wenst strafvermindering voor haar medewerkers en daarnaast hangt het bedrijf een boete van R$6 miljard boven het hoofd.


De verwachting is dat Marcelo (foto), die tussen 2009 en 2015 CEO van Odebrecht is geweest, opening van zaken gaat geven over de miljardenbetalingen die het bedrijf heeft moeten doen om aanbestedingen in Brazilië en daarbuiten binnen te kunnen halen. Daarnaast zal hij uit de doeken gaan doen hoe Odebrecht betalingen aan overheden op federaal, deelstaat- en gemeentelijk niveau heeft moeten doen om voor bepaalde projecten in binnen- en buitenland politieke steun te kunnen verwerven.

donderdag 6 oktober 2016

Met de dag wordt het duidelijker dat de democratie in Brazilië met voeten getreden wordt. Twee jaar geleden bepaalde het electoraat dat presidente Dilma Rousseff nog vier jaar het mandaat kreeg om haar meer links georiënteerde politieke koers in het land door te zetten. Met de Arbeiderspartij (PT) in het centrum van de macht werden rabiaat rechtse beleidsmaatregelen buiten de deur gehouden, zeer tegen de zin van de rechts-conservatieve oppositie. Nu die laatste groep via een slinkse "democratische machtsgreep" Dilma en haar PT in feite op non-actief heeft gesteld worden juist al die pijnpunten een voor een door het Congres geloodst. Zaken die vaak schuren over de rand van wat qua respect voor de rechten van de mens betreft of daar regelrecht overheen gaan.
Een tweetal jaar geleden was het een heet politiek hangijzer, de verlaging van de leeftijd binnen het strafrecht voor volwassenen van 18 naar 16 jaar. Het debat werd in de publieke opinie op het scherpst van de snede gevoerd. Het resulteerde toen in een nee binnen het parlement en zou zeker door een veto van Dilma zijn getroffen als het wel een meerderheid binnen het Congres had gekregen. Nu, twee maanden na de 'coup' wordt de maatregel er van de een op de andere dag zonder onder een vleugellamme linkse oppositie doorheen gedrukt.
Vandaag werd bekend dat een voorstel van de rechtse partij PEN (Ecologische Nationale Partij) om het principiële rechtsbeginsel van "onschuldig totdat het tegendeel bewezen is" op te heffen door het federale hooggerechtshof is goedgekeurd. Dit betekent in de praktijk dat personen die in een bepaalde rechtszaak in tweede instantie in hoger beroep gaan voor het Hof van Beroep niet meer als zodanig worden aangemerkt. Zoals een aanklager van het OM in de deelstaat Goiás terecht opmerkte zal het leiden tot situaties waarin verdachten "onschuldig zijn maar voor de zekerheid toch maar in hechtenis worden gehouden".
Ik vrees de dag van morgen. Welke garantie van de rechten van de mens zal er nu weer overboord worden gegooid in het programma dat het rechts-conservatieve volksdeel, tegen de zin van het electoraat in 2014, voor ogen heeft?

zaterdag 1 oktober 2016

Alle ogen gericht op ... São Paulo

Morgen zijn in Brazilië gemeenteverkiezingen. De Brazilianen worden geacht hun stem uit te brengen voor het burgemeesterschap van hun gemeente (de prefeito) en voor de leden van de gemeenteraad (de vereadores). Traditiegetrouw zijn de ogen van in de politiek geïnteresseerde Brazilianen vooral gericht op de vijf grootste steden van het land: São Paulo, Rio de Janeiro, Belo Horizonte, Porto Alegre en Salvador.


Zoals het er een dag voor de gang naar de stembus uitziet draait het net als in de meeste van deze steden ook in São Paulo uit op een tweede ronde. Zittend burgemeester Fernando Haddad (Partido dos Trabalhadores/PT - foto) kan daar waarschijnlijk niet meer bij zijn. In de laatste peilingen van Datafolha staat hij met Celso Russomanno (PRB) zelfs op de gedeelde tweede plaats van de kiezersgunst, net voor oud-partijgenote Marta Suplicy. Deze PMDB-kandidate wordt door niemand echt in staat geacht om nogmaals burgemeester van de miljoenenstad te worden. (Marta was tussen 2000 en 2004 al eens burgermoeder voor de PT). Ze heeft nog een kleine trouwe aanhang in de stad, maar haar successen zijn inmiddels al lang geschiedenis. Tijdens de lopende campagne zette zij zich neer als "Mãe do Ceu". Het CEU was haar in 2000 gelanceerde idee van geïntegreerde scholen en was redelijk succesvol. Dat het in het Portugees tevens "Hemelse Moeder" betekent was dan misschien een poging om de gunst van het rooms-katholieke volksdeel binnen te slepen, maar die marianistische kaart tekent wat mij betreft tevens de zwakte van haar campagne voor een partij die in de politiek van de stad São Paulo niet echt een rol van betekenis heeft.

De grootstedelijke regio São Paulo is van oudsher het industriële centrum van Brazilië. Het waren tot voor kort de liberale ondernemerspartij PSDB en de socialistische PT die decennialang in de stad politiek de dienst uitmaakten. Maar de PT verkeert in het huidige Braziliaanse politieke klimaat in slecht weer. De socialisten werden door de rechts-conservatieve oppositie op uiterst slinkse wijze in de verdachtenhoek van 'corruptie, wanbestuur en kiezersbedrog' gedrukt, met de voor de rechtsstaat rampzalige parlementaire coup als recent hoogtepunt. De PT is daardoor eenvoudigweg niet zo vanzelfsprekend populair meer als in haar hoogtijdagen en nu ook de charismatische historische leider van de partij, oud-president Luiz Inácio Lula da Silva, in het anti-corruptieproces Lava Jato officieel in de verdachtenbank zit, hangt het er nog maar af of zijn protegé Fernando Haddad morgen zijn huidige burgemeesterschap voort kan zetten. Het was immers diezelfde Lula die vier jaar geleden Haddad letterlijk aan de hand nam om in zee te gaan met de rechts-conservatieve en electoraal zeer invloedrijke voorman Paulo Maluf (link), een alliantie die Haddad uiteindelijk zijn overwinning opleverde. Grote vraag nu is of Lula's populariteit nog steeds zo groot is om het verschil te kunnen maken.

Het zal in een tweede ronde, afgaande op de opiniepeilingen, uitdraaien op een tweestrijd tussen João Doria Júnior (PSDB, nu op 44% van de stemmen) en Haddad of Celso Russomanno, beiden op 18%, waarbij de eerste als de traditionele kandidaat van de rijke bovenlaag en de hogeropgeleiden geldt en Russomanno een man is die jonge kiezers en mensen uit de meest arme bevolkingsgroepen lijkt aan te spreken. Vier jaar geleden schreef ik al eens een blog over Russomanno (link), wiens populariteit enerzijds steunt op zijn bekendheid van de televisie (hij was consumentenombudsman, zeg maar de Frits Bom van de Braziliaanse televisie) en anderzijds zijn politieke banden met de machtige evangelische kerkgenootschappen in de stad. Naar het laat aanzien zal hij veel traditionele stemmen van de PT kunnen afsnoepen.


Rest de man die zich afficheert als de "niet-politicus" van het gezelschap, maar zichzelf steevast presenteert als een "beheerder" van de gemeentelijke schatkist, de ondernemer João Doria Júnior (foto) van de PSDB. Hem wordt de grootste kans toegedicht om uiteindelijk in São Paulo als overwinnaar uit de bus te komen. Doria is een ras-ondernemer, zoon van een federaal afgevaardigde die tijdens de dictatuur het land moest ontvluchten en allesbehalve iemand die in de politiek net om de hoek komt kijken. Hij is sinds 2001 aan de PSDB verbonden, maar in de jaren daarvoor vervulde hij voor de PMDB al verscheidene politieke functies in de gemeente- en de landelijke politiek. In ondernemerskringen in de stad is hij de man achter Grupo Doria, een concern dat o.a. een werkgeverscentrale onder haar hoede heeft waarin een zestal grote werkgeversorganisaties samenwerken en die een achterban van zo'n 1.700 nationale en multinationale bedrijven heeft. Deze groep zou tezamen goed zijn voor 52% van het Braziliaanse BNP. Tja, dan heb je in São Paulo electoraal zeer goede kaarten in handen.

woensdag 28 september 2016

Bezuinigingen justitieminister treffen mensenrechtenbeleid Brazilië in het hart


 (Alexandre Anderson uit Rio de Janeiro, een van de mensenrechtenverdedigers wiens leven door de nieuwe verordening nog ernstiger in gevaar wordt gebracht. Foto: Amnesty International)

 Op 5 september keurde de Braziliaanse minister van Justitie Alexandre de Morais een verordening (Portaria 794/2016) goed waarmee een eerder besluit (Portaria 611) wordt verlengd. Het komt er in het kort op neer dat tot het jaar 2017 de financiering van contracten, conventies, benoemingen van ambtenaren, specifieke onkostenvergoedingen, maar ook mensenrechtenprojecten wordt stopgezet.

In reactie daarop stuurde Amnesty International een brief naar het ministerie teneinde meer duidelijkheid te kunnen krijgen, maar tot op de dag van vandaag is er vanuit Brasília geen antwoord teruggekomen. In de ogen van de organisatie toont de verordening 611, die in juni werd opgesteld om de beveiliging rond de Olympische Spelen te bekostigen en daarbij prioriteit aan investeringen in de politiediensten gaf, een absoluut gebrek aan de betrokkenheid m.b.t. een te voeren mensenrechtenbeleid.

Een van de belangrijkst getroffen projecten is het federale beschermingsprogramma voor Braziliaanse mensenrechtenverdedigers, het Programa de Proteção aos Defensores de Direitos Humanos. Alleen al in het eerste semester van 2016 werden er in Brazilië 36 activisten om het leven gebracht. Daarmee gaat Brazilië volgens de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens landen als Colombia en Mexico voor.

"Brazilië voert de lijst van landen aan waar mensenrechtenverdedigers ernstig worden bedreigd. Vooral op het platteland waar 90% van de gevallen (en dan met name in Pará, Rondônia en Maranhão) plaatsvindt, maar ook in steden als Rio de Janeiro en São Paulo", aldus Amnesty International.

Amnesty wijst op de Amerikaanse Conventie voor de Rechten van de Mens, waaraan Brazilië zich heeft gecommitteerd en bepleit dat de bezuinigingen worden teruggedraaid omdat het federale beschermingsprogramma voor mensenrechtenverdedigers fundamenteel is voor het overleven van mensenrechtenactivisten.

"De heropstart van het Programa de Proteção aos Defensores de Direitos Humanos is de enige garantie voor honderden activisten, die zonder ondersteuning moeten leven en in gevaar lopen vermoord te worden als sluitstuk van de constante bedreigingen aan hun adres in hun eigen regio's. Zonder het programma blijven zij aangewezen op de hulp van vrienden en familieleden, waardoor zij en hun netwerk nog meer gevaar lopen."

N.B. de enige terreinen die het ministerie van Justitie met de nieuwe verordening van bezuinigingen ontziet zijn de budgetten voor de federale politie, de federale verkeerspolitie en de speciale ordetroepen van het ministerie, de Força Nacional de Segurança Pública.

Bron: Amnesty International - Brazilië

Racionais - Diário de um Detento

zaterdag 24 september 2016

Crivella, driemaal scheepsrecht?

Naar het zich laat aanzien staat de komende burgemeester van Rio de Janeiro bij voorbaat eigenlijk al vast. Marcelo Crivella van de PRB zal tot 2020 de ambtssjerp om zijn schouders dragen. Volgens de meest recente peiling van Datafolha gaat hij met 31% van de stemmen aan kop. In de tweede ronde zal hij het waarschijnlijk moeten opnemen tegen de linkse kandidaat bij uitstek Marcelo Freixo (PSOL) en die uiteindelijk met een ruime voorsprong achter zich laten.

(Foto: Tasso Marcelo/Estadão)

Een verrassing kan dat dan niet heten. Ten eerste is Crivella een volkse jongen. Geboren en getogen in Rio de Janeiro, wiens ouders uit Italië en het noordoosten van Brazilië komen. Streng gelovig. Geboren in een rooms nest, als jongere bij de Methodisten gaan shoppen en uiteindelijk via zijn oom, de invloedrijke Braziliaanse evangelist Edir Macedo, de Igreja Universal do Reino de Deus ingerold. In die laatste kerk wist hij het uiteindelijk tot bisschop te brengen en heeft Crivella zich laten kennen als een begenadigd spreker, die een volksmassa in beroering kan brengen. En ja, hij blijkt te kunnen zingen. In Brazilië maakte hij furore als gospelzanger, maakte veertien albums en wist in de harten van de bewoners van de deelstaat Rio de Janeiro te veroveren met een remake van zijn succesvolste nummer 'Há de brilhar uma luz' ter nagedachtenis van de slachtoffers van de aardverschuiving in de Serrana-regio in 2011.


Daarnaast is Crivella inmiddels gepokt en gemazeld in het politieke handwerk. In 2002 maakte hij de overstap naar de politiek en deed op basis van ruim drie miljoen stemmen voor de deelstaat Rio de Janeiro, op de ticket van de rechts-conservatieve Liberale Partij (Partido Liberal/PL) zijn intrede in de federale Senaat. Hij zou daar tot op de dag van vandaag blijven, keer op keer trouw gesteund door zijn natuurlijke aanhang in de stad Rio de Janeiro. (Een mandaat dat slechts eenmaal werd onderbroken door een ministerschap op visserijzaken in de eerste termijn van presidente Dilma Rousseff (2012-2014). Zich bewust van zijn populariteit in de stad deed Crivella reeds in 2004 mee voor het burgemeesterschap van zijn Rio de Janeiro. Hij moest het in de eerste ronde afleggen tegen César Maia van de PMDB. Hij voelde zich bekocht en dan met name doordat het invloedrijke mediaconcern Globo zich vierkant achter Maia had opgesteld. Globo had via haar kanalen Crivella onophoudelijk in verband had gebracht met frauduleuze handelingen in de aanloop naar die verkiezingen. In 2008 probeerde hij het opnieuw en eindigde als derde achter de kandidaat van de PMDB (Eduardo Paes) en Fernando Gabeira van de groene partij PV. 

Crivella is een a-typische christelijk-conservatieve politicus. Zeker, fel gekant tegen de gelijkberechtiging van homoseksuelen en tegen de legalisering van abortus en het gebruik van marihuana. Maar in het verleden keerde hij zich echter ook tegen homofoob geweld en steunde hij voorstellen tot gezinsplanning via seksuele voorlichting en sterilisatie. Daarnaast bleek hij voorstander te zijn van de regulering van het wetenschappelijk onderzoek van stamcellen, toch niet echt een standpunt waarmee je jezelf binnen de evangelische politieke stroming geliefd zult maken. 

Hij kan het goed vinden met vertegenwoordigers van de centrumlinkse PSB en dan met name met zijn mede-collega uit Rio in de Senaat, de oud-voetballer. Romário, die hem in de lopende campagne openlijk van steun voorziet. Daarnaast weet Crivella zich tijdens zijn lopende campagne actief gesteund door oud-BNDES-bestuurders als bijvoorbeeld Carlos Lessa en een aantal intellectuelen uit Rio de Janeiro, waaronder een aantal van linkse huize als César Benjamin en Samuel Pinheiro Guimarães. Met die expertise heeft zijn campagne veel slagkracht weten binnen te halen.

Mocht Crivella gekozen worden dan komt er een einde aan de oppermachtige en decennialange heerschappij van de PMDB in Rio de Janeiro. In 2005 was hij een van de politici die de PL verliet en de PRB (Partido Republicano Brasileiro) oprichtte. Voor die partij, die om opportunistische redenen altijd nauw met de regerende socialistische Arbeiderspartij/PT van de presidenten Lula en Dilma heeft samengewerkt, deed hij tot tweemaal toe vergeefs een gooi naar het gouverneurschap van Rio de Janeiro en het burgemeesterschap van de stad Rio in 2008. Driemaal scheepsrecht. Alhoewel absoluut niet mijn persoonlijke politieke voorkeur voor het ambt zal zijn uiteindelijke keuze die van de politieke mentaliteit van de meerderheid van de bewoners van de stad belichamen. Een electoraat dat in de kern conservatief, maar pragmatisch is ingesteld. Op de een of andere manier heb ik een zwak voor een Marcelo. Duidelijk linksom, maar zeker ook rechtsom.