woensdag 9 april 2014

Amnesty International, The military occupation of Maré ahead of Brazil’s World Cup

The military occupation of Maré ahead of Brazil’s World Cup



Military forces have occupied Rio de Janeiro’s Maré complex of favelas (slums) ahead of the World Cup. © Marco Derksen

By Atila Roque, executive director of Amnesty International Brazil

Early last Saturday morning (5 April 2014), the streets of Rio de Janeiro’s Maré complex of favelas (slums) woke up to a military occupation by around 2,700 federal Army troops. They took over from a military police contingent that had been in the area since 30 March.
Under an agreement with the authorities, the security forces will remain there until 31 July, after the World Cup ends. Once they leave, it’s expected that a Pacifying Police Unit (Unidade de Polícia Pacificadora, UPP) will set up in Maré.
The Maré complex is home to some 132,000 people, spread across 16 communities. It’s a collection of slums and informal settlements located between Rio de Janeiro’s main access routes, and lies close to the international airport. It’s a diverse community, with a history of community organization and poor access to public services. Its residents share the space with organized criminal groups and milícias – criminal gangs made up largely of former or off-duty state law-enforcement agents.
The relationship between the police and Maré residents has been marked by violence and abuse, the result of the “war” on crime and drug-trafficking in the community, which has affected young black residents in particular. The residents are apprehensive about the changes, despite the prospect of getting rid of the entrenched “authority” of drug trafficking and the expectation of having better access to public services.
For Amnesty International Brazil, the Army’s presence in Maré is both a difficult and an opportune moment for the state to demonstrate that public security is a right to be guaranteed to and enjoyed by all city residents, with no exceptions. The favelas and outlying areas shouldn’t be treated as “enemy territory” to be conquered, and the battle against criminal elements shouldn’t lead to the criminalization of the entire community – especially the youth.
As the World Cup approaches, there’s a growing fear that this model – intervention by the Army and other security forces in the favelas – could be expanded, raising the threat of human rights violations and the militarization of daily life in the poorest communities. The armed forces have inadequate training for this type of operation, as well as little experience of engaging in dialogue with civil society and communities.
It’s worth remembering that the latest interventions by federal forces and state public security agencies in Rio de Janeiro led to grave human rights violations. In June 2007, an operation carried out with the help of the National Force in the Alemão complex of favelas resulted in 19 residents being killed in clashes with security forces. Some of them bore evidence of extrajudicial and summary executions, according to an investigation by independent experts. In June 2008, soldiers engaged in a federal security project in Morro da Providência were responsible for the deaths of three young people, who were killed after the soldiers handed them over to a criminal group.

The ‘We’re from Maré and we have rights’ campaign


AI Brazil and local NGOs visit the Maré favelas in Brazil to help to educate the residents about their rights. © Redes de Desenvolvimento da Maré

Amnesty International Brazil has been closely linked to the Maré communities since 2012, when we launched the campaign, “We’re from Maré and we have rights”, along with the local NGOs Redes de Desenvolvimiento da Maré and Observatório de Favelas. The campaign’s goal is to inform residents about their rights and prevent abuses and disrespectful actions by the security forces, especially when they deploy on the streets and in the houses of the favelas. Towards this aim, we and our partners have distributed educational materials directly to more than 35,000 homes in Maré, as a way of preparing the communities for the installation of the UPP in the area after the World Cup.
Last week, in a meeting with Rio de Janeiro State’s Secretary of Security, we presented the concerns and demands Maré’s residents have about the military occupation.
Osmar Camelo, a representative of the Association of Morro do Timbau Residents (one of the Maré communities) said that his community wants to be an active participant in the process and highlighted the importance of establishing trust between the residents and the security forces. “The policing approach – which is aggressive and violates rights – must change,” he urged.
Directors of NGOs working in Maré unanimously demanded that the state recognize local mechanisms for controlling and mediating conflict, such as a community ombudsperson. This would be one way to ensure that the organized criminal groups’ use of violence to exert their control over the community isn’t just substituted by police doing the same thing. Another thing the organizations want is for the state to make inroads into Maré, not only through the police, but also through a range of essential services and a guarantee of rights for all.



Amnesty International Brazil will keep acting with our local partners in Maré and other human rights NGOs to ensure that the state security forces’ entry into the complex of favelas becomes a milestone for guaranteeing human rights, and not just the beginning of another violent chapter in the communities’ history.

Read more: 
Brazil: Slum campaign on human rights ahead of police operation (News story, 5 November 2012)

dinsdag 18 maart 2014

Cláudia da Silva Ferreira

Cláudia da Silva Ferreira foi arrastada em carro da polícia militar do Rio de Janeiro (Foto: Mariucha Machado/G1)

Dit is Cláudia da Silva Ferreira (38 jaar), een huishoudelijke hulp uit een favela in Madureira, een wijk in Rio de Janeiro. Moeder van vier kinderen, zwart en arm. Afgelopen zondag kwam ze door toedoen van drie agenten van de militaire politie op gruwelijke en beestachtige wijze om het leven. Zij hadden haar op de openbare weg zo´n 250 meter achter een politieauto aan gesleept.
De politieagenten hadden haar in de kofferbak van de wagen gelegd nadat zij was neergeschoten tijdens een inval van de politie in de wijk Congonha. Onderweg naar het ziekenhuis was de klep van de kofferbak losgeschoten waardoor Cláudia uit de wagen was gevallen en zo op het asfalt een gruwelijke dood vond. Het wordt de agenten vooral verweten dat ze haar respectloos en als een beest in een laadruimte van een auto hebben gegooid en niet zittende op een van de autobanken hebben getransporteerd, waardoor dit allemaal niet had hoeven te gebeuren. De zaak kreeg nog extra aandacht omdat er via de krant Extra video-opnames van naar buiten was gekomen. Het veroorzaakte in de stad een schokgolf onder de bevolking. De roep om demilitarisering van de militaire politie, bovenaan het verlanglijstje van de mensenrechtenwereld in Brazilië, wordt daardoor met de dag luider.

Mais uma vez a Polícia Militar mostrou sua cara, arrastando essa trabalhadora depois de atirar nela.

Claudia da Silva era "auxiliar de serviços gerais", ou no bom português, era trabalhadora, precarizada, negra e pobre.

Alvo predileto da violência policial.

Nada de coincidências.
Nada de apenas achar este ou aquele policial culpado.

#SOMOSTODOSCLAUDIADASILVA
#DESMILITARIZAÇÃOJÁ

Compartilhe, solidarize!

De hoogste politiebaas van de deelstaat liet zich ook expliciet over de zaak uit. De agenten zijn op staande voet ontslagen en kunnen strafrechtelijk vervolging tegemoet zien. Diezelfde militaire politie ontkent dat Cláudia door een politiekogel zou zijn getroffen en beschuldigt daarmee de drugsbende met wie zij in een vuurgevecht verwikkeld waren van de schotwond in haar rug. De civiele politie zal daar nog een nader onderzoek naar instellen.







zaterdag 22 februari 2014

http://vimeo.com/86991705

zondag 16 februari 2014

Gilmar Mendes

De jurist Gilmar Mendes uit de deelstaat Mato Grosso werd in 2002 door de toenmalige president Fernando Henrique Cardoso voorgedragen als nieuw lid van het hoogste Braziliaanse rechtsorgaan, het federale hooggerechtshof (Supremo Tribunal Federal/STF). Hij zou zich gaandeweg de jaren ontpoppen als een omstreden hogerechter en dan met name in linkse politieke kringen. Reeds zijn definitieve benoeming door de senaat had al voeten in aarde gehad en voor nodige polemiek in de Braziliaanse samenleving gezorgd. Mendes zou nooit advocaat zijn geweest, een voorwaarde om tot het STF te worden toegelaten. Het leidde tot een fel debat waarna Mendes, vooral dankzij de steun van invloedrijke juridische vakbroeders en de AMB, de Braziliaanse Vereniging van Rechters, aan het langste eind zou trekken.


In mei 2002 werd hij in de STF benoemd als laatste waakhond van de neoliberale en conservatieve regeringscoalitie van president Cardoso. Een nieuwe era was aanstaande, want iedereen ging er vanuit dat de leider van de socialistische Arbeiderspartij PT (Partido dos Trabalhadores) en reeds tweemaal eerder presidentskandidaat Luiz Inácio Lula da Silva dat jaar de verkiezingen van Cardoso's protegé José Serra zou gaan winnen. Of Mendes daadwerkelijk een bewuste keuze van FHC (zoals oud-president Fernando Henrique Cardoso populair wordt aangehaald) is geweest om over zijn 'presidentiële graf' heen te kunnen regeren zal toekomstig historisch onderzoek moeten gaan uitwijzen, maar het gedrag van Gilmar Mendes in de STF in de jaren die na 2002 zouden volgen lijkt daar vooralsnog toch wel op te duiden.
Mendes heeft de afgelopen twaalf jaar voortdurend met links-Brazilië in de clinch gelegen. Was het niet door zijn stemgedrag, dan wel door vermeende politieke uitspraken over met name leden van Lula's en later Dilma's PT. Menigmaal heeft hij met bepaalde juridische uitspraken de schijn tegen zich gekregen personen uit de kring rond FHC de hand boven het hoofd te hebben gehouden, zoals twee van zijn intimi en zeer vooraanstaande ministers uit diens kabinet José Serra en Pedro Malan, die beiden wegens administratief wanbestuur waren aangeklaagd maar wiens zaken mede door toedoen van Mendes geseponeerd werden. Daarnaast baarde hij verontwaardiging met de rol die hij zou hebben gespeeld in de uiteindelijke toewijzing van een habeas corpus aan de ondernemer Daniel Dantas die in 2008 tot over zijn nek in de corruptie-aantijgingen zat. Tot tweemaal toe had Mendes een uitspraak van een lagere rechter in São Paulo tot de preventieve hechtenis van Dantas overruled. Dit tot zeer grote onvrede binnen de wereld van de rechters op deelstaatniveau. In 2008 diende de CUT, de nauw aan de PT-gelieerde en grootste vakbond van het land, bij de senaat een verzoek tot impeachment in wegens vermeend voor een hoge rechter onwaardig gedrag. Mendes overleefde het, wederom door de steun van de vooraanstaande juridische vakbroeders uit de Braziliaanse juridische wereld. Daarnaast werd zijn naam de afgelopen jaren veelvuldig in direct verband gebracht met een topcrimineel als Carlos Cachoeira en diens politieke vriend, de toenmalige senator van de deelstaat Goiás Demóstenes Torres.


En nu, anno 2014, heeft Gilmar Mendes wederom de gramschap van de PT over zich afgeroepen door te suggereren dat de socialisten en haar achterban zich door het collectief betalen van de hoge boetes van kopstukken uit de PT, opgelegd naar aanleiding van de Mensalão-zaak, openlijk aan het witwassen van geld schuldig zouden maken. Opnieuw klinkt in linkse kringen de roep om zijn impeachment door de senaat. Daarnaast diende partijvoorzitter van de PT Rui Facão deze week een officiële klacht in bij het STF wegens smaad en lastering. Deze werd uiteindelijk door hoge rechter Luiz Fux verworpen, omdat niet de PT als partij maar uitsluitend sympathisanten van die partij het geld voor de boetes hadden ingezameld. Juridisch gezien is daar geen speld tussen te krijgen, maar het toont de historische afgunst aan die links-Brazilië tegen Gilmar Mendes koestert.
Mendes is op dit moment 58 jaar oud en kan formeel nog twaalf jaar in functie blijven. Leden van het STF worden namelijk voor het leven benoemd en moeten pas op hun zeventigste definitief met pensioen. Of hij dat gaat volmaken valt nog te bezien. Zijn naam wordt de laatste tijd veelvuldig in verband gebracht als mogelijk toekomstig gouverneur van zijn eigen deelstaat Mato Grosso. Tot die tijd zal hij met zijn politiek gewaagde uitspraken nog voor de nodige beroering in het land zorgen en als een trouw erfstuk van het presidentschap van FHC de socialisten nog menigmaal het vuur danig aan de schenen leggen.






donderdag 13 februari 2014

PT neemt stelling tegen antiterrorisme-initiatief eigen senator



Vandaag heeft de socialistische Arbeiderspartij (Partido dos Trabalhadores/PT) bij monde van haar nationale voorzitter Rui Falcão haar federale parlementariërs opgeroepen behoedzaam te handelen in de geest van de federale Grondwet en ervoor te hoeden dat "een wet ter bescherming van de samenleving zich niet tegen diezelfde samenleving gaat keren." In zoveel woorden neemt de PT-leiding daarmee stelling tegen aanvaarding van de anti-terrorismewetgeving dat nu op initiatief van PT-senator Jorge Viana (PT-AC), naar aanleiding van de fatale dood van een cameraman door toedoen van een demonstrant afgelopen weekeinde in Rio de Janeiro, versneld door het Braziliaanse Congres wordt geloodst. (Zie blog gisteren)

Hieronder Falcão's brief aan zijn achterban:

O Partido dos Trabalhadores acompanha com atenção os debates no Congresso Nacional sobre a adoção de uma legislação antiterror, especificamente no cenário das manifestações que têm ocorrido no País.

Entretanto, o PT não pode aceitar qualquer texto legal que não tipifique - com clareza, objetividade e precisão - crimes eventualmente ocorridos no contexto dessas manifestações. Uma lei vaga nessa caracterização penal atenta contra os direitos e garantias fundamentais previstos na Constituição e poderia servir à criminalização de movimentos sociais, o que seria um inaceitável retrocesso democrático.

Em que pese nenhum parlamentar seu estar ligado à autoria de projetos dessa natureza, o PT acha que o Brasil precisa aperfeiçoar seus textos legais com vista a ter dispositivos cíveis e penais que coíbam atos contra o patrimônio público, o patrimônio privado e, principalmente, a integridade das pessoas, provocados por aqueles que se aproveitam de legítimas manifestações populares para cometer ações de violência.

Com a proximidade da Copa, a sociedade brasileira exige segurança para exercer seus direitos de liberdade de expressão, de pensamento e de reunião. O Poder Público necessita de um marco legal atualizado para lidar com novas situações que ocorram nesses eventos.

Por isso, o PT tem orientado seus parlamentares a terem o máximo cuidado com projetos dessa natureza para que uma lei em defesa da sociedade não se transforme em lei contra a sociedade.

Rui Falcão
Presidente nacional do PT

woensdag 12 februari 2014

Open brief Pedro Abramovay aan senator Jorge Viana


Gisteren was een belangrijke dag voor de democratie en de mensenrechten in Brazilië. Op voorstel van PT-senator Jorge Viana uit de deelstaat Acre wordt er deze week in het Congres met spoed een wetsvoorstel besproken dat voorziet in het mogelijk maken van een preventieve aanpak van terrorisme. Met andere woorden, het voortijdig arresteren van personen waarvan verwacht wordt dat zij zich met een terroristische aanslag in zouden kunnen gaan laten. Bij aanname van het voorstel in de senaat zal het wetsvoorstel naar het Huis van Afgevaardigden worden gestuurd, waarna presidente Dilma Rousseff er haar goedkeuring aan zal moeten geven. Vooralsnog lijkt het er helaas op dat het voorstel op de steun van de meerderheid van de parlementariërs kan rekenen. 

Dit alles naar aanleiding van recente gebeurtenissen in Rio de Janeiro. Afgelopen weekeinde raakte een cameraman tijdens een demonstratie zwaar gewond toen een explosief bij zijn hoofd tot ontploffing kwam. Santiago Andrade overleed enkele dagen later in een ziekenhuis. 

 

Al snel bleek dat het vuurwerk, 'rojão' zoals het in de Braziliaanse pers wordt omschreven, afkomstig was van een aanhanger van de Black Bloc, een groep anarchistische actievoerders die zich tijdens de meestal vreedzame protestdemonstraties als zeer vandalistisch ontpoppen en daarmee alle aandacht van politie en media op zich gericht weten. Het gegeven dat de dader lid van juist deze groepering zou zijn was dan ook koren op de molen van voorstanders in de Braziliaanse samenleving voor een keiharde aanpak van deze groepering in het bijzonder en in het verlengde daarvan van kritische demonstranten in het algemeen. Want waar ligt de grens? Het wetsvoorstel komt er in het kort op neer dat iedereen die aan een gewelddadig protest deelneemt of zich daarbij in de buurt bevindt preventief opgepakt mag worden en gevangenisstraffen tussen de 12 en 30 jaar boven het hoofd hangt.

De oppositionele rechts-liberale PSDB, bij monde van senator Álvaro Dias, heeft zich al publiekelijk achter deze harde aanpak van vandalen door middel van terrorismewetgeving geschaard en nu komt dus ook de socialistische PT met een hard en in mijn ogen buitenproportioneel antwoord op de inderdaad zeer tragische dood van de cameraman. Een wetsvoorstel dat voorziet in een verruiming van het begrip 'terrorisme' en een extreem hoog strafregime voor diegene die op basis daarvan preventief zullen worden aangehouden. Eén blik op de mensonterende omstandigheden op het Amerikaanse gevangeniskamp Guantánamo Bay en we zien waar een dergelijk gedachtegoed in het meest extreme geval toe kan leiden.

Aanname van de wet zal dan ook onvermijdelijk leiden tot een ondermijning van de basisprincipes van de (Braziliaanse) democratische rechtsstaat en het wekt dan ook enorme beroering in het land dat uitgerekend de PT, een partij die wordt gezien als een van de drijvende krachten achter de historische opbouw van die rechtsstaat, met dit wetsvoorstel op de proppen komt. Iedereen die er in Brazilië op het gebied van openbare veiligheid en mensenrechten toe doet is in de pen geklommen om de regeringspartijen in het Congres toch vooral op andere gedachten te brengen. De linkse journalist Breno Altman schreef een artikel voor de internetkrant Brasil 247, terwijl de meest gerenommeerde criminoloog van Brazilië Luiz Eduardo Soares een scherpe aanval op het plan op zijn eigen internetpagina publiceerde. Maar de meest vlammende en overtuigende reactie verscheen gisteren van de hand van Pedro Abramovay, een andere bekende criminoloog en strafrechtdeskundige in Brazilië die onder de regering-Lula op het gebied van openbare veiligheid lange tijd lid van het kabinet was, waarvan de tekst hieronder in het Portugese orgineel staat afgedrukt. 

 

Foto: José Cruz/Agência Brasil

Abramovay (foto) zegt in zijn open brief een bewonderaar van de politicus Jorge Viana te zijn en diens vooraanstaande historische rol in de opbouw van een democratische dialoog in Brazilië ten zeerste te prijzen. Het moet de auteur daarom van het hart dat uitgerekend diezelfde Viana met deze anti-terrorismewetgeving op de proppen komt. Abramovay wijst op zijn eigen verleden als lid van het kabinet-Lula, hoe hij in zijn hoedanigheid als staatssecretaris zich heeft verdiept in terrorismebestrijding en uiteindelijk na kennis te hebben genomen van de wetenschappelijke bevindingen van deskundigen op dat gebied tot de slotsom was gekomen dat een dergelijke wetgeving gericht op het preventief bestrijden van terroristische aanslagen weinig zoden aan de dijk zet en dat het de deur opent naar misbruik door de autoriteiten in het vervolgen van politiek andersdenkenden. Abramovay beschrijft het gevaar voor de democratische waarden waar wij onze maatschappij op hebben gebouwd. Ik zeg uitdrukkelijk 'wij', want Abramovay wijst in zijn artikel op de mogelijke mondiale gevolgen als uitgerekend Brazilië, dat toch wordt beschouwd als een opkomende democratische grootmacht in het zuidelijk deel van de wereld, tot dergelijk wetgeving over zou gaan. Hij vreest dat veel landen in Latijns-Amerika en Afrika het Braziliaanse 'model' zouden kunnen gaan volgen. Natuurlijk vindt ook Abramovay, net als de andere critici van het wetsvoorstel, dat terroristische aanslagen een ondermijning van de democratie zijn en bestraft moeten worden. Maar een preventieve aanpak zoals die  wordt voorzien in de wet van Viana is desastreus voor de democratische waarden van de rechtsstaat.

 

Terrorismo com a democracia: uma carta ao senador Jorge Viana

Publicado: 11/02/2014 18:30

O projeto de lei sobre terrorismo que está prestes a ser votado no Senado contém sérios riscos à democracia brasileira. Preocupado com seu conteúdo, escrevi uma carta ao senador Jorge Viana (PT-AC), que vem defendendo a aprovação do projeto. Compartilho aqui a carta como um esforço de criar um diálogo sereno sobre um tema tão delicado:
Prezado Senador Jorge Vianna,
Escrevo-lhe em primeiro lugar porque sou um grande admirador seu. Sua trajetória seja como prefeito, governador ou senador sempre primou não apenas pela criatividade na construção de políticas públicas inovadoras que possibilitaram a união de inclusão social com respeito ao meio ambiente, mas também pela valorização da democracia do diálogo como uma característica marcante. Não preciso lembrar que sua postura de abertura para o diálogo democrático foi sempre uma marca, tanto quando o senhor era um político de oposição quanto um senador governista.
É justamente inspirado nessa característica, que sempre admirei no senhor, que resolvi escrever essa carta.
O momento é grave. A morte de um jornalista no exercício da profissão é um atentado ao direito à vida, mas também um atentado à liberdade de informação e à liberdade de expressão que não podem ser tolerados. Momentos graves podem gerar, sabemos, pactos pelos quais a sociedade avança. Podem, também, o Brasil já viu isto tantas vezes, produzir decisões exacerbadas que deixam marcas profundas na convivência democrática.
O caso que me preocupa é o projeto de lei que cria uma tipificação do terrorismo.
Como o senhor sabe, participei dos oito de anos do governo Lula e estive diretamente envolvido na elaboração de uma série de legislações que, na minha opinião, ajudaram a consolidar instituições mais democráticas e eficientes no Brasil (Estatuto do Desarmamento, nova lei de lavagem de dinheiro, lei de acesso à informação, lei anti-corrupção, reformas do código de processo penal, entre outras). Uma das discussões com as quais me envolvi bastante foi a da possibilidade de se criar um tipo penal para o terrorismo.
Após anos de discussão, de muito debate, de muito diálogo com experiências internacionais, estou completamente convencido de que esta legislação não trará nenhum benefício concreto para a população brasileira e pode gerar enormes prejuízos para a nossa democracia.
É necessário, em primeiro lugar, separar a ideia de condenação total do terrorismo da necessidade de se criar um tipo penal específico para ele. O terrorismo é a maior violência que se pode cometer contra a democracia. É a aposta na violência e no medo como forma de substituição do diálogo democrático. Por isso ele deve ser condenado e punido.
Mas o terrorismo não é punido no Brasil? Há algum ato terrorista que já não seja crime? Todo homicídio deve ser punido nos termos do código penal. Em caso de motivo torpe ou do uso de fogo, por exemplo, o homicídio é qualificado com pena de 12 a 30 anos de prisão.
Assim, me parece difícil imaginar que a ameaça gerada por um novo crime possa evitar atos terroristas. A aprovação de um tipo penal de terrorismo no brasil não trará mais segurança. Ninguém deixará de cometer um ato terrorista em função da nova legislação.
Mas há riscos.
O mundo viveu uma onda de legislação anti-terrorista após os atentados de 11 de setembro. Penas altíssimas. Países que não tinham nenhum problema com terrorismo passaram a aprovar legislações duras, flexibilizando direitos, criando noções bastante amplas do que vem a ser terrorismo.
O resultado foi trágico. De Guantánamo aos centros de tortura espalhados pelo mundo. De grampos generalizados a perseguições a adversários políticos. A justificativa da luta contra o terrorismo deixou o mundo hoje um lugar menos livre. Os valores democráticos estão mais frágeis. E o mundo não está necessariamente mais seguro.
Definições de terrorismo tão abertas com penas tão altas como a que vemos no projeto prestes a ser votado no Senado não combatem o terrorismo de forma mais eficiente. Mas são muito úteis para perseguir adversários políticos.
O Brasil resistiu à onda de flexibilização de direitos imposta por uma agenda externa -- e política -- de combate ao terrorismo.
O risco que temos agora é o de que o Brasil inaugure uma nova era. A de que, para lidar com um tipo novo de protestos, que aparece de forma parecida no mundo todo, a solução é seguir o caminho trilhado pela guerra ao terror.
Os riscos para a democracia brasileira são gigantes. E gigantes também a possibilidade de países autoritários se espelharem no Brasil para criminalizar seus opositores, utilizando o Brasil como "modelo" a ser seguido.
Se a lei que está sendo debatida no Congresso hoje já estivesse em vigor seguramente não teríamos menos violência. Não teríamos meios mais eficientes para perseguir a violência em manifestações. Qual a vantagem então de perseguir este caminho?
A condenação do terrorismo de forma veemente é uma tarefa primordial da democracia (prevista expressamente na nossa Constituição). Assim como a condenação de toda forma de violência. O desafio é que o autoritarismo, historicamente, até nas mais consolidadas democracias, costuma se aproveitar da indignação causada pela violência para atingir a essência das instituições democráticas.
O desafio de conseguir afirmar os valores democráticos até neste momento não é simples. Mas é nesses momentos que aparecem os estadistas.
Saudações de um admirador,
Pedro Abramovay

dinsdag 11 februari 2014

Alledaags wangedrag politie






De rollen omgedraaid. Kennis van Portugees niet echt nodig om te kunnen
zien hoe het er in Brazilië maar al te vaak aan toe gaat als mensen door
de politie worden aangehouden. (De maker van deze clip zegt serieus te
worden bedreigd door politiemensen, aldus Folha de São Paulo)