Vandaag was ik op een seminar van de Universiteit Leiden, georganiseerd door de vakgroep Latijns-Amerika Studies, getiteld "Science, Technology & Innovation Policies in Brazil & Other BRICS: Challenges & Opportunities". Er waren een drietal voordrachten. Professor José Cassiolato van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro hield een betoog over de verschillen en accenten binnen het gevoerde technologiebeleid van de vijf BRICS-landen China, India, Rusland, Brazilië en Zuid-Afrika. Opvallend was de aandacht binnen de vijf landen voor ruimtevaarttechnologie als gangmaker voor innovatie en technologische vooruitgang. Daarnaast maakte hij melding van de pogingen van de betreffende landen om tot een eigen muntsoort te komen om zo meer onafhankelijk van de Amerikaanse dollar te kunnen komen en op die manier een stabiele centrale rekenmunt te kunnen creëren. Daarnaast wordt er gezocht naar een alternatieve internationale bank, teneinde zich te kunnen bevrijden van het huidige, door het Westen gedomineerde internationale banksysteem. Een andere opvallende constatering was dat van de BRICS-landen alleen Brazilië in staat is gebleken om de inkomensongelijkheid te verminderen, daar waar deze in de andere vier landen de laatste jaren juist is toegenomen.
Als tweede kwam Maria Lastres aan het woord. Zij was namens de economisch machtige Braziliaanse ontwikkelingsbank BNDES aanwezig en hield een verhaal over de strategie van de Braziliaanse overheid met betrekking tot technologisch innovatiebeleid. Volgens haar zetten de Brazilianen in op duurzame innovatie met een oog op sociale rechtvaardigheid. Het beleid wordt gedragen door de LIPS (Local Innovation and Production Systems), waarbij op lokaal en regionaal niveau gekeken wordt waar de betreffende regio's sterk in zijn. Daar kan alleen in eendrachtige samenwerking tussen de overheid en particulier initiatief technologische innovatie geïnitieerd worden. De BNDES speelt daarbij een centrale rol.
Als laatste kwam professor Masson van de Leiden Law School aan het woord. Zij is deskundige op het gebied van ruimtewetgeving en liet zien dat de BRICS-landen op het gebied van ruimtevaarttechnologie al een aardig woordje meespreken en dat zij in de toekomst een steeds grote stempel op de activiteiten in de ruimte zullen gaan spelen. Zij liet de verschillende samenwerkingsinitiatieven tussen de BRICS-landen onderling zien, maar ook de eendrachtige samenwerking met de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en de Europese Unie. Ook Brazilië speelt daarbij een rol, maar in het licht van de activiteiten van Rusland, China en India een bescheiden rol. De Brazilianen, sinds 1958 lid van de COPUOS (het Comité voor het Vreedzaam Gebruik van de Ruimte van de Verenigde Naties), zijn vooral sterk op het gebied van catastrofebeheersing vanuit de ruimte.
Mijn algemene indruk van de middag was dat de BRICS-landen ieder voor zich een gedegen en optimistische visie op het te voeren technologie- en innovatiebeleid hebben ontwikkeld, maar dat er van een eendrachtige houding naar de (Westerse) wereld toe nog niet veel valt te bespeuren.
woensdag 21 november 2012
maandag 19 november 2012
Bruno, Bruno
Terwijl het Mensalão-proces ten einde loopt en in die andere grote corruptiezaak de zakenman Carlinhos Cachoeira in het eindstadium van een groot parlementair onderzoek tachtig jaar gevangenisstraf boven het hoofd hangt heeft de Braziliaanse media haar tanden gezet in een andere rechtszaak die de gemoederen in het land bezighoudt (of in haar ogen zou moeten gaan bezighouden) en die vanaf vandaag de komende tijd de koppen in de kranten zal gaan beheersen, de zaak-Bruno.
Bruno Fernandes de Souza gold als een groot voetbaltalent en wist het te schoppen tot eerste doelman van de populairste voetbalclub van Brazilië, Flamengo uit Rio de Janeiro. Hij is in ongenade gevallen nu hij in verband wordt gebracht met de dood van Eliza Samudio in 2010. De studente Eliza verdween op 4 juni van dat jaar terwijl ze op uitnodiging van Bruno onderweg was van Rio naar Belo Horizonte, de hoofdstad van de deelstaat Minas Gerais. Zij had een jaar eerder al bij de politie aangegeven van Bruno een kind te verwachten en dat hij haar zou hebben gedwongen abortus te laten plegen. Het kind werd geboren en Eliza eiste bij de rechter dat Bruno het als vader zou erkennen.
Op 24 juni kwamen er bij de politie een melding binnen dat Eliza door Bruno en twee vrienden in het huis van de doelman in Belo Horizonte dood zou zijn geslagen. Het kind werd later bij een onbekende jongere in de stad teruggevonden en zou daar door een van de vrienden van Bruno naartoe zijn gebracht. Een van de medeverdachten, een 17-jarige neef van Bruno, slaat uiteindelijk door en vertelt aan de politie de hele toedracht. Eliza werd naar Belo Horizonte gelokt, gevangen gehouden en uiteindelijk door een bevriende oud-politieman zijn gewurgd, in stukken gesneden en aan zijn honden zijn gevoerd. Uiteindelijk werden er naast Bruno, die door justitie wordt gezien als de opdrachtgever voor de moord, zeven andere medeplichtigen gearresteerd, waaronder de echtgenote van de doelman en een van zijn andere minnaressen In december 2010 werd Bruno door een rechtbank in Rio de Janeiro wegens vrijheidsberoving, geweld en illegale opsluiting schuldig bevonden en werd hij veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf. Een paar dagen later kondigde het hof in de deelstaat Minas Gerais mee Bruno c.s. door een juryrechtbank te laten berechten wegens moord en die zaak is vandaag dus onder enorme media-aandacht in een rechtbank in Contagem, een voorstad van Belo Horizonte, begonnen.
Bruno Fernandes de Souza gold als een groot voetbaltalent en wist het te schoppen tot eerste doelman van de populairste voetbalclub van Brazilië, Flamengo uit Rio de Janeiro. Hij is in ongenade gevallen nu hij in verband wordt gebracht met de dood van Eliza Samudio in 2010. De studente Eliza verdween op 4 juni van dat jaar terwijl ze op uitnodiging van Bruno onderweg was van Rio naar Belo Horizonte, de hoofdstad van de deelstaat Minas Gerais. Zij had een jaar eerder al bij de politie aangegeven van Bruno een kind te verwachten en dat hij haar zou hebben gedwongen abortus te laten plegen. Het kind werd geboren en Eliza eiste bij de rechter dat Bruno het als vader zou erkennen.
Op 24 juni kwamen er bij de politie een melding binnen dat Eliza door Bruno en twee vrienden in het huis van de doelman in Belo Horizonte dood zou zijn geslagen. Het kind werd later bij een onbekende jongere in de stad teruggevonden en zou daar door een van de vrienden van Bruno naartoe zijn gebracht. Een van de medeverdachten, een 17-jarige neef van Bruno, slaat uiteindelijk door en vertelt aan de politie de hele toedracht. Eliza werd naar Belo Horizonte gelokt, gevangen gehouden en uiteindelijk door een bevriende oud-politieman zijn gewurgd, in stukken gesneden en aan zijn honden zijn gevoerd. Uiteindelijk werden er naast Bruno, die door justitie wordt gezien als de opdrachtgever voor de moord, zeven andere medeplichtigen gearresteerd, waaronder de echtgenote van de doelman en een van zijn andere minnaressen In december 2010 werd Bruno door een rechtbank in Rio de Janeiro wegens vrijheidsberoving, geweld en illegale opsluiting schuldig bevonden en werd hij veroordeeld tot vier jaar en zes maanden gevangenisstraf. Een paar dagen later kondigde het hof in de deelstaat Minas Gerais mee Bruno c.s. door een juryrechtbank te laten berechten wegens moord en die zaak is vandaag dus onder enorme media-aandacht in een rechtbank in Contagem, een voorstad van Belo Horizonte, begonnen.
Mensalão-proces bijna ten einde
In Brazilië loopt het Proces van de Eeuw ten einde. Na de veroordeling door het Federale Hooggerechtshof van de kopstukken binnen het corruptieschandaal rond het omkopen van parlementariërs in ruil voor steun aan de regering van toenmalig president Luiz Inácio Lula da Silva lijkt de publieke aandacht voor deze zaak te gaan afnemen. Er moeten in deze Mensalão-zaak nog steeds 37 mensen terechtstaan, maar het oordeel over de centrale personen is na drie maanden volle media-aandacht is geveld. De komende berichten over het Mensalão-proces zullen naar alle waarschijnlijkheid van de voorpagina naar pagina 5 verdwijnen.
Hoe zat het ook alweer? In 2005 kwam de federaal afgevaardigde Roberto Jefferson (PTB) met het nieuws naar buiten dat bepaalde parlementsleden periodiek geld van kringen rond president Lula kregen uitbetaald in ruil voor hun steun in het Huis van Afgevaardigden voor de politiek van de zittende federale regering. Dit leidde, mede door de gretigheid waarmee de Braziliaanse (rechtse) media op de zaak doken, in 2007 tot het in staat van beschuldiging stellen door het Federale Hooggerechtshof van zo'n veertig personen, waaronder een viertal hooggeplaatste leiders van de socialistische Partido dos Trabalhadores. Het federale OM kwam met een rapport waarin José Dirceu (toenmalig rechterhand van president Lula), José Genoino (voormalig PT-voorzitter), Delúbio Soares (oud-penningmeester van de PT) en de voormalige secretaris-generaal van de PT Silvio Pereira werden aangewezen als de centrale kern van het omkoopschema. Pereira kwam het het OM tot een schikking, werd veroordeeld tot een taakstraf en verdween van de lijst van 40. De andere drie werden vorige week veroordeeld tot 10 jaar en 10 maanden (Dirceu), 6 jaar en 11 maanden (Genoino) en 8 jaar en 11 maanden (Soares), waarvan eerstgenoemde het eerste anderhalf jaar in een gesloten detentiecentrum moet doorbrengen en de andere een semi-gesloten instelling zullen gaan. (Wrang maar waar, maar nu het erop lijkt dat een politicus met gevaar voor eigen leven tussen gewone gedetineerden zal worden opgesloten staan de middeleeuwse wantoestanden in het Braziliaanse strafinrichtingen opeens weer hoog op de politieke agenda!)
Het hoogste rechtscollege was trouwens nog strenger in de bestraffing van de personen die rond de ondernemer Marcos Valério (zelf goed voor 40 jaar en 4 maanden) de logistiek van het omkopen mogelijk hadden gemaakt. Zo kreeg de voormalige voorzitter van de Banco Rural Kátia Rabello maar liefst 17 jaar gevangenisstraf en een enorme geldboete opgelegd wegens bendevorming, fraude en het witwassen van het geld dat bij de operaties in het geding was geweest. Haar directeuren troffen eenzelfde lot. Hoge celstraffen en dito geldboetes.
De veroordeelde politici van PT-huize beweren in alle toonaarden nog steeds onschuldig te zijn. Presidente Dilma verklaarde tijdens een vraaggesprek in het Spaanse dagblad El País de uitspraken te respecteren maar zei er in een bijzinnetje bij dat ook rechters zich wel eens kunnen vergissen. Kortom, de PT voelt zich groot onrecht aangedaan en geven daarvan vooral de media de schuld. Zij zouden er met een eigen agenda een politiek circus van hebben gemaakt. In zekere zin heeft men gelijk en wijst er daarbij steeds op dat het fenomeen mensalão ooit door oppositiepartij PSDB werd uitgevonden en dat daarvoor nog nooit iemand ter verantwoording is geroepen. Anderzijds mag dat geen excuus heten. De PT zat fout, maar het hele schandaal is door alle aandacht ervoor tot een onterecht Proces van de Eeuw uitgeroepen. De door de oppositie ingecalculeerde schade die men electoraal dacht te kunnen toebrengen werd door de uitslagen van de recente burgemeestersverkiezingen geen waarheid. Een Fernando Haddad van de PT won glansrijk de hoofdprijs in São Paulo, terwijl presidente Dilma onverstoorbaar populair blijft bij het Braziliaanse electoraat.
Hoe zat het ook alweer? In 2005 kwam de federaal afgevaardigde Roberto Jefferson (PTB) met het nieuws naar buiten dat bepaalde parlementsleden periodiek geld van kringen rond president Lula kregen uitbetaald in ruil voor hun steun in het Huis van Afgevaardigden voor de politiek van de zittende federale regering. Dit leidde, mede door de gretigheid waarmee de Braziliaanse (rechtse) media op de zaak doken, in 2007 tot het in staat van beschuldiging stellen door het Federale Hooggerechtshof van zo'n veertig personen, waaronder een viertal hooggeplaatste leiders van de socialistische Partido dos Trabalhadores. Het federale OM kwam met een rapport waarin José Dirceu (toenmalig rechterhand van president Lula), José Genoino (voormalig PT-voorzitter), Delúbio Soares (oud-penningmeester van de PT) en de voormalige secretaris-generaal van de PT Silvio Pereira werden aangewezen als de centrale kern van het omkoopschema. Pereira kwam het het OM tot een schikking, werd veroordeeld tot een taakstraf en verdween van de lijst van 40. De andere drie werden vorige week veroordeeld tot 10 jaar en 10 maanden (Dirceu), 6 jaar en 11 maanden (Genoino) en 8 jaar en 11 maanden (Soares), waarvan eerstgenoemde het eerste anderhalf jaar in een gesloten detentiecentrum moet doorbrengen en de andere een semi-gesloten instelling zullen gaan. (Wrang maar waar, maar nu het erop lijkt dat een politicus met gevaar voor eigen leven tussen gewone gedetineerden zal worden opgesloten staan de middeleeuwse wantoestanden in het Braziliaanse strafinrichtingen opeens weer hoog op de politieke agenda!)
Het hoogste rechtscollege was trouwens nog strenger in de bestraffing van de personen die rond de ondernemer Marcos Valério (zelf goed voor 40 jaar en 4 maanden) de logistiek van het omkopen mogelijk hadden gemaakt. Zo kreeg de voormalige voorzitter van de Banco Rural Kátia Rabello maar liefst 17 jaar gevangenisstraf en een enorme geldboete opgelegd wegens bendevorming, fraude en het witwassen van het geld dat bij de operaties in het geding was geweest. Haar directeuren troffen eenzelfde lot. Hoge celstraffen en dito geldboetes.
De veroordeelde politici van PT-huize beweren in alle toonaarden nog steeds onschuldig te zijn. Presidente Dilma verklaarde tijdens een vraaggesprek in het Spaanse dagblad El País de uitspraken te respecteren maar zei er in een bijzinnetje bij dat ook rechters zich wel eens kunnen vergissen. Kortom, de PT voelt zich groot onrecht aangedaan en geven daarvan vooral de media de schuld. Zij zouden er met een eigen agenda een politiek circus van hebben gemaakt. In zekere zin heeft men gelijk en wijst er daarbij steeds op dat het fenomeen mensalão ooit door oppositiepartij PSDB werd uitgevonden en dat daarvoor nog nooit iemand ter verantwoording is geroepen. Anderzijds mag dat geen excuus heten. De PT zat fout, maar het hele schandaal is door alle aandacht ervoor tot een onterecht Proces van de Eeuw uitgeroepen. De door de oppositie ingecalculeerde schade die men electoraal dacht te kunnen toebrengen werd door de uitslagen van de recente burgemeestersverkiezingen geen waarheid. Een Fernando Haddad van de PT won glansrijk de hoofdprijs in São Paulo, terwijl presidente Dilma onverstoorbaar populair blijft bij het Braziliaanse electoraat.
woensdag 7 november 2012
Oorlog in Brazilië
Het is oorlog in Brazilië. Terwijl in de straten van São Paulo een bloedig gevecht tussen politietroepen en de machtige drugsbende PCC (Primeiro Comando da Capital) plaatsvindt en waarbij tot op heden dit jaar al zo'n 90 politiemensen en burgers de dood hebben gevonden wordt er in het parlement een andere strijd geleverd.
Inzet is de verdeling van de opbrengsten van de aardoliewinning tussen de verschillende deelstaten en gemeenten van Brazilië. Daarbij gaat het om de belasting die de federale overheid heft op de winning door buitenlandse aardoliemaatschappijen. Allereerst zijn daar de royalties, de verplichte compensatie die de bedrijven moeten afdragen wegens de milieueffecten die de winning met zich meebrengt. Daarnaast de zogenoemde Speciale Deelname (Participação Especial), een extra belasting gericht op de grote olievelden voor de kust van de deelstaten Rio de Janeiro en Espírito Santo. In totaal gaat het om ettelijke miljarden reais, die volgens de afgesproken regels voornamelijk naar de beide deelstaten en de gemeenten binnen die deelstaten gaan.
Een eerder door de senaat aangenomen plan om de verdeling van de belastingsopbrengsten ook aan de andere deelstaten ten goede te laten komen werd gisteren door het federale Huis van Afgevaardigden aangenomen. Tot zeer groot ongenoegen van de olieproducerende deelstaten, die er bij presidente Dilma dan ook met klem op aandringen het nieuwe wetsontwerp met een veto van tafel te vegen. Eerder deed haar voorganger Lula dat al succesvol toen een soortgelijk wetsontwerp op tafel lag. De regeringen van Rio de Janeiro en Espírito Santo lijken tot een compromis bereid te zijn geweest door de nieuwe verdeling alleen voor nieuw te ontdekken aardolievelden te laten gelden, daarin gesteund door de federale overheid. Door ook de oude concessies in de herverdeling te betrekken, zoals een meerderheid in het Congres nu wil, zou er een hele reeks van rechtszaken tot stand kunnen komen omdat bestaande contracten zullen moeten worden opengebroken. Rio de Janeiro en Espírito Santo dreigen dan ook naar het federale Hooggerechtshof te zullen stappen, omdat de nieuwe wet in flagrante tegenspraak met de federale Grondwet lijkt te zijn.
De gouverneur van Rio de Janeiro heeft al aangegeven dat door het wegvallen van miljarden reais aan inkomsten de organisatie van zowel het WK Voetbal als de Olympische Spelen direct in gevaar zullen komen als de wet niet door een presidentiële veto getroffen zal worden. Misschien wat overdreven van Sérgio Cabral, maar het geeft wel aan dat het schuim de deelstaat aan de lippen staat.
Het leidt geen twijfel dat de opbrengsten van de aardolie ook de andere deelstaten ten goede moeten komen, maar de huidige wet gaat inderdaad een stap te ver. Brazilië wil zich profileren als een rechtsstaat en daar hoort ook bij dat eerder afgesproken overeenkomsten nageleefd dienen te worden. Het ziet ernaar uit dat Dilma het vermogen van haar voorganger om tot compromissen te komen nog hard nodig zal hebben en het zal me niets verbazen als een dezer dagen het politieke dier Lula in deze oorlog om de harde cash om de hoek zal komen kijken.
Inzet is de verdeling van de opbrengsten van de aardoliewinning tussen de verschillende deelstaten en gemeenten van Brazilië. Daarbij gaat het om de belasting die de federale overheid heft op de winning door buitenlandse aardoliemaatschappijen. Allereerst zijn daar de royalties, de verplichte compensatie die de bedrijven moeten afdragen wegens de milieueffecten die de winning met zich meebrengt. Daarnaast de zogenoemde Speciale Deelname (Participação Especial), een extra belasting gericht op de grote olievelden voor de kust van de deelstaten Rio de Janeiro en Espírito Santo. In totaal gaat het om ettelijke miljarden reais, die volgens de afgesproken regels voornamelijk naar de beide deelstaten en de gemeenten binnen die deelstaten gaan.
Een eerder door de senaat aangenomen plan om de verdeling van de belastingsopbrengsten ook aan de andere deelstaten ten goede te laten komen werd gisteren door het federale Huis van Afgevaardigden aangenomen. Tot zeer groot ongenoegen van de olieproducerende deelstaten, die er bij presidente Dilma dan ook met klem op aandringen het nieuwe wetsontwerp met een veto van tafel te vegen. Eerder deed haar voorganger Lula dat al succesvol toen een soortgelijk wetsontwerp op tafel lag. De regeringen van Rio de Janeiro en Espírito Santo lijken tot een compromis bereid te zijn geweest door de nieuwe verdeling alleen voor nieuw te ontdekken aardolievelden te laten gelden, daarin gesteund door de federale overheid. Door ook de oude concessies in de herverdeling te betrekken, zoals een meerderheid in het Congres nu wil, zou er een hele reeks van rechtszaken tot stand kunnen komen omdat bestaande contracten zullen moeten worden opengebroken. Rio de Janeiro en Espírito Santo dreigen dan ook naar het federale Hooggerechtshof te zullen stappen, omdat de nieuwe wet in flagrante tegenspraak met de federale Grondwet lijkt te zijn.
De gouverneur van Rio de Janeiro heeft al aangegeven dat door het wegvallen van miljarden reais aan inkomsten de organisatie van zowel het WK Voetbal als de Olympische Spelen direct in gevaar zullen komen als de wet niet door een presidentiële veto getroffen zal worden. Misschien wat overdreven van Sérgio Cabral, maar het geeft wel aan dat het schuim de deelstaat aan de lippen staat.
Het leidt geen twijfel dat de opbrengsten van de aardolie ook de andere deelstaten ten goede moeten komen, maar de huidige wet gaat inderdaad een stap te ver. Brazilië wil zich profileren als een rechtsstaat en daar hoort ook bij dat eerder afgesproken overeenkomsten nageleefd dienen te worden. Het ziet ernaar uit dat Dilma het vermogen van haar voorganger om tot compromissen te komen nog hard nodig zal hebben en het zal me niets verbazen als een dezer dagen het politieke dier Lula in deze oorlog om de harde cash om de hoek zal komen kijken.
vrijdag 19 oktober 2012
Quem matou Max
Vanavond zit half Brazilië aan de buis gekluisterd. Niet voor een finalewedstrijd van de Seleção, het nationale Braziliaanse voetbalelftal, maar voor de ontknoping van de zeer populaire telenovela "Avenida Brasil". Deze sitcom werd dit jaar vanaf maart dagelijks uitgezonden op Rede Globo en wist al snel een grote schare trouwe volgers te verwerven. De serie was zo populair dat ook andere media dagelijks verslag van de verwikkelingen deden.
Het script werd geschreven door João Emanuel Carneiro, die alle verhaallijnen zo wist te verknopen dat op de allerlaatste dag zo'n beetje iedereen in aanmerking komt voor de moord op de vileine slechterik Max. Drie woorden branden in Brazilië dan ook al een week op ieders lippen: "Quem matou Max?" ("Wie vermoordde Max?") Volgens de laatste berichten uit São Paulo en Rio de Janeiro spelen daar veel café's en uitgaansgelegenheden op in door speciale televisieavonden te organiseren.
Nog een aflevering en dan behoren ook Carminha, Tufão, Jorginho, Nina, Max, Cadinho, Darkson, Leleco, Monalisa, Santiago, Lucinda en Suelen tot het Braziliaanse televisieverleden. Ook ik ga ze stiekem een beetje missen.
woensdag 17 oktober 2012
Marilene
Iedereen heeft in zijn vakgebied zo zijn persoonlijke helden. Mensen die inspireren en het vuur geven om door te gaan in een strijd die bijkans onmogelijk lijkt te zijn om te kunnen volbrengen. Mijn Braziliaanse helden zijn legio. In mijn ogen zijn alle mensenrechtenactivisten die met de voeten in de modder staan helden van de zuiverste soort. Maar er zijn er altijd een aantal die er persoonlijk bovenuit uitsteken. Om de eenvoudige reden dat ik de afgelopen jaren met hen persoonlijk heb mogen samenwerken denk ik in mijn geval aan een Marcelo Freixo in Rio de Janeiro, een Valdênia Paulino in São Paulo/João Pessoa en een Frei Henri Burin des Roziers in Pará. En natuurlijk aan Marilene Lima de Souza in Rio.
Het was de allereerste zaak die ik in 1998 bij Amnesty International in handen kreeg. Het taakdossier van Magé of beter bekend als de strijd van de Moeders van Acari (Mães de Acari). Het was wederom een treurige zaak waarbij een elftal jongeren uit de wijk Acari in Rio de Janeiro op 26 juli 1990 tijdens een weekeinde op een boerderij in Magé "verdwenen" en waarvan de stoffelijke overschotten tot op de dag van vandaag nooit zijn teruggevonden. Er zijn veel sterke aanwijzigingen dat leden van de militaire politie erbij betrokken zijn geweest. Zij hadden losgeld in de vorm van juwelen en geld geëist.
Geïnspireerd door de Argentijnse Moeders van de Plaza de Mayo verzamelden de moeders van de jongeren zich in de jaren nadien elke maandagmorgen in Cinelândia, hartje Rio de Janeiro om met foto's in de hand aandacht voor de zaak te laten houden. De 'Moeders van Acari' was geboren en hun strijd gaat tot op de dag van vandaag door. De vrouwen werden voortdurend bedreigd en in 1993 werd een van hen (Edméia da Silva Euzebio), waarschijnlijk uit wraak, in koele bloeden vermoord.
De groep werd geleid door een aantal sterke vrouwen waarvan Marilene Lima de Souza (1952) er een van was. Zij verloor op die beruchte dag haar achttien-jarige dochter Rosana. Jarenlang heeft zij haar leven gewaagd om de waarheid boven water te kunnen krijgen. De zaak van Magé verjaarde op 25 juni 2010, maar de gedetailleerde verklaringen van een getuige die in het politiearchief zouden zijn opegslagen heeft het Openbaar Ministerie van de deelstaat Rio de Janeiro ertoe bewogen de zaak te laten heropenen.
Maar Marilene, waarvoor Amnesty International plannen had om haar in het voorjaar van 2013 naar Europa over te halen om de zaak internationaal wederom in de schijnwerpers te kunnen zetten, zal echter nooit te weten gekomen waar haar dochter haar laatste rustplaats heeft gevonden. Marilene overleed gisteren op zestigjarige leeftijd in een ziekenhuis aan de gevolgen van een hersentumor.
Het was de allereerste zaak die ik in 1998 bij Amnesty International in handen kreeg. Het taakdossier van Magé of beter bekend als de strijd van de Moeders van Acari (Mães de Acari). Het was wederom een treurige zaak waarbij een elftal jongeren uit de wijk Acari in Rio de Janeiro op 26 juli 1990 tijdens een weekeinde op een boerderij in Magé "verdwenen" en waarvan de stoffelijke overschotten tot op de dag van vandaag nooit zijn teruggevonden. Er zijn veel sterke aanwijzigingen dat leden van de militaire politie erbij betrokken zijn geweest. Zij hadden losgeld in de vorm van juwelen en geld geëist.
Geïnspireerd door de Argentijnse Moeders van de Plaza de Mayo verzamelden de moeders van de jongeren zich in de jaren nadien elke maandagmorgen in Cinelândia, hartje Rio de Janeiro om met foto's in de hand aandacht voor de zaak te laten houden. De 'Moeders van Acari' was geboren en hun strijd gaat tot op de dag van vandaag door. De vrouwen werden voortdurend bedreigd en in 1993 werd een van hen (Edméia da Silva Euzebio), waarschijnlijk uit wraak, in koele bloeden vermoord.
De groep werd geleid door een aantal sterke vrouwen waarvan Marilene Lima de Souza (1952) er een van was. Zij verloor op die beruchte dag haar achttien-jarige dochter Rosana. Jarenlang heeft zij haar leven gewaagd om de waarheid boven water te kunnen krijgen. De zaak van Magé verjaarde op 25 juni 2010, maar de gedetailleerde verklaringen van een getuige die in het politiearchief zouden zijn opegslagen heeft het Openbaar Ministerie van de deelstaat Rio de Janeiro ertoe bewogen de zaak te laten heropenen.
Maar Marilene, waarvoor Amnesty International plannen had om haar in het voorjaar van 2013 naar Europa over te halen om de zaak internationaal wederom in de schijnwerpers te kunnen zetten, zal echter nooit te weten gekomen waar haar dochter haar laatste rustplaats heeft gevonden. Marilene overleed gisteren op zestigjarige leeftijd in een ziekenhuis aan de gevolgen van een hersentumor.
zaterdag 13 oktober 2012
Ondertussen in ... Paulínia
Brazilië kent drie grote nationale filmfestivals, waar films van eigen makelij worden vertoond en die in de prijzen kunnen vallen. Deze evenementen zijn om publicitaire redenen belangrijk voor zowel de stad zelf als voor de filmwereld. In deze blog wil ik een uitstapje maken naar een van die steden, Paulínia in de deelstaat São Paulo. Sinds 2008 kent deze economisch bloeiende provinciestad een filmfestival en mag zich meten met die van Brasília (DF) en die van Gramado (Rio Grande do Sul), waar sinds 1973 het grootste Braziliaanse filmfestival wordt gehouden.
Paulínia, een buurgemeente van het 'Nederlandse' stadje Holambra in het binnenland van São Paulo, is in zoverre al bijzonder te noemen dat het pas sinds heel recent een heuse bioscoop heeft, maar toch al vier jaar een vermaard filmfestival binnen haar poorten weet. Sterker nog, de gemeente heeft een viertal filmstudios en een filmopleiding op poten weten te zetten, waarmee het zich wil ontwikkelen tot het "Braziliaanse Hollywood". Letterlijk. Het in 2008 geopende Theatro Municipal de Paulínia (kosten 21 miljoen euro) is een kopie van het Kodak Theatre in Los Angeles, het complex waar jaarlijks de Oscars worden uitgereikt.
De man die achter dit plan zit om de gemeente op de wereldkaart te zetten heet Edson Moura. Deze 62-jarige ondernemer, afkomstig uit de provincie van de deelstaat Bahia, is al drie termijnen voor de PMDB burgemeester van de stad geweest en vooral tijdens zijn laatste termijn heeft hij zijn eeuwige roem willen vergaren met de planning en uitvoering van een aantal megalomane bouwprojecten. Want naast zijn cinematografische plannen liet hij bij het busstation (rodoviária) een enorm winkelcentrum bouwen met, jawel een moderne bioscoop. Daarnaast verrees er in de stad het grootste overdekte sambodromo (stadion waar het jaarlijkse carnavalsdefilé wordt gehouden) van Brazilië en een megalomaan plan om een futuristisch cultureel centrum in de vorm van een knalblauwe Maya-tempel van de grond te tillen.
Maar ere wie ere toekomt, dat filmfestival is er gekomen en veel bekende mensen uit de Braziliaanse filmwereld wisten in die korte tijd hun weg naar Paulínia te vinden. Zo was het in Paulínia dat films als 'Tropa de Elite 2' van José Padilha, 'Chico Xavier ' van Daniel Filho en 'O Palhaço' van Selton Mello, de Braziliaanse inzending voor de Oscar dit jaar, hun doorbraak naar het grote publiek vonden.
Dat al die bouwactiviteiten en festivals ten koste is gegaan van de broodnodige investeringen in de stad werd tijdens de afgelopen verkiezingscampagne weer eens pijnlijk duidelijk. Paulínia is door enorme investeringen van onder meer Petrobras, Shell en ExxonMobil in de loop der decennia uitgegroeid tot het grootste petrochemische complex van heel Latijns-Amerika en kent daardoor een grote toeloop van migranten uit de armere delen van het land. De financiering van het onderhoud en de uitbreiding van het onderwijs, de infrastructuur en de gezondheidszorg is bij lange na niet toereikend geweest om die groei op te kunnen vangen. Tientallen miljoenen reais zijn immers aan de plannen van Edson gespendeerd.
Na zijn derde termijn als burgemeester mocht Edson in 2008 reglementair niet aan de verkiezingen deelnemen maar wist wel zijn stroman José Pavan Júnior (PSB) het ambt te laten bekleden. Maar ja, die kreeg de smaak te pakken en wenste dit jaar een herverkiezing tegen ... Edson. En zo kon het gebeuren dat het filmfestival in april geen doorgang vond. Die 1,2 miljoen euro kon wat Pavan betrof beter besteed worden aan investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Iets wat hijzelf in de eerste drie jaar van zijn periode ook had nagelaten te doen, maar waar hij nu toch hele grote electorale kansen voor zichzelf zag liggen.
Maar Edson is populair en zou de verkiezingen zelf hebben gewonnen als hem niet vlak voor de stembusgang door de rechter zijn politieke rechten zou zijn afgenomen. Dit wegens een aantal corruptieschandaaltjes uit zijn eerder regeerperiodes. Zo had hij de kosten van zijn advocaten direct uit de gemeentekas betaald, in een rechtszaak waarin hij terechtstond wegens onwettige aanbestedingen. Daarnaast zou hij voor de opening van 'zijn' winkelcentrum alle kosten van een optreden van de populaire Braziliaanse zangeres Ivete Sangalo door de gemeente hebben laten betalen.
Zijn zoon Edson Moura Júnior sprong te hulp en redde de familieëer door het afgelopen weekeinde in de eerste ronde met een kleine meerderheid tot burgemeester van de stad te worden gekozen. Hij kondigde direct aan dat het filmfestival volgend jaar weer plaats zal gaan vinden en dat men internationaal gaat. Want grootse ambities kan de familie Moura niet ontzegd worden. Een opsteker voor de filmwereld, maar naar alle waarschijnlijkheid zullen ook de komende vier jaar de bewoners van Paulínia weer naar de broodnodige investeringen in de sociale voorzieningen kunnen fluiten.
Paulínia, een buurgemeente van het 'Nederlandse' stadje Holambra in het binnenland van São Paulo, is in zoverre al bijzonder te noemen dat het pas sinds heel recent een heuse bioscoop heeft, maar toch al vier jaar een vermaard filmfestival binnen haar poorten weet. Sterker nog, de gemeente heeft een viertal filmstudios en een filmopleiding op poten weten te zetten, waarmee het zich wil ontwikkelen tot het "Braziliaanse Hollywood". Letterlijk. Het in 2008 geopende Theatro Municipal de Paulínia (kosten 21 miljoen euro) is een kopie van het Kodak Theatre in Los Angeles, het complex waar jaarlijks de Oscars worden uitgereikt.
Rogerio Resende
De man die achter dit plan zit om de gemeente op de wereldkaart te zetten heet Edson Moura. Deze 62-jarige ondernemer, afkomstig uit de provincie van de deelstaat Bahia, is al drie termijnen voor de PMDB burgemeester van de stad geweest en vooral tijdens zijn laatste termijn heeft hij zijn eeuwige roem willen vergaren met de planning en uitvoering van een aantal megalomane bouwprojecten. Want naast zijn cinematografische plannen liet hij bij het busstation (rodoviária) een enorm winkelcentrum bouwen met, jawel een moderne bioscoop. Daarnaast verrees er in de stad het grootste overdekte sambodromo (stadion waar het jaarlijkse carnavalsdefilé wordt gehouden) van Brazilië en een megalomaan plan om een futuristisch cultureel centrum in de vorm van een knalblauwe Maya-tempel van de grond te tillen.
Maar ere wie ere toekomt, dat filmfestival is er gekomen en veel bekende mensen uit de Braziliaanse filmwereld wisten in die korte tijd hun weg naar Paulínia te vinden. Zo was het in Paulínia dat films als 'Tropa de Elite 2' van José Padilha, 'Chico Xavier ' van Daniel Filho en 'O Palhaço' van Selton Mello, de Braziliaanse inzending voor de Oscar dit jaar, hun doorbraak naar het grote publiek vonden.
Dat al die bouwactiviteiten en festivals ten koste is gegaan van de broodnodige investeringen in de stad werd tijdens de afgelopen verkiezingscampagne weer eens pijnlijk duidelijk. Paulínia is door enorme investeringen van onder meer Petrobras, Shell en ExxonMobil in de loop der decennia uitgegroeid tot het grootste petrochemische complex van heel Latijns-Amerika en kent daardoor een grote toeloop van migranten uit de armere delen van het land. De financiering van het onderhoud en de uitbreiding van het onderwijs, de infrastructuur en de gezondheidszorg is bij lange na niet toereikend geweest om die groei op te kunnen vangen. Tientallen miljoenen reais zijn immers aan de plannen van Edson gespendeerd.
Na zijn derde termijn als burgemeester mocht Edson in 2008 reglementair niet aan de verkiezingen deelnemen maar wist wel zijn stroman José Pavan Júnior (PSB) het ambt te laten bekleden. Maar ja, die kreeg de smaak te pakken en wenste dit jaar een herverkiezing tegen ... Edson. En zo kon het gebeuren dat het filmfestival in april geen doorgang vond. Die 1,2 miljoen euro kon wat Pavan betrof beter besteed worden aan investeringen in onderwijs en gezondheidszorg. Iets wat hijzelf in de eerste drie jaar van zijn periode ook had nagelaten te doen, maar waar hij nu toch hele grote electorale kansen voor zichzelf zag liggen.
Maar Edson is populair en zou de verkiezingen zelf hebben gewonnen als hem niet vlak voor de stembusgang door de rechter zijn politieke rechten zou zijn afgenomen. Dit wegens een aantal corruptieschandaaltjes uit zijn eerder regeerperiodes. Zo had hij de kosten van zijn advocaten direct uit de gemeentekas betaald, in een rechtszaak waarin hij terechtstond wegens onwettige aanbestedingen. Daarnaast zou hij voor de opening van 'zijn' winkelcentrum alle kosten van een optreden van de populaire Braziliaanse zangeres Ivete Sangalo door de gemeente hebben laten betalen.
Zijn zoon Edson Moura Júnior sprong te hulp en redde de familieëer door het afgelopen weekeinde in de eerste ronde met een kleine meerderheid tot burgemeester van de stad te worden gekozen. Hij kondigde direct aan dat het filmfestival volgend jaar weer plaats zal gaan vinden en dat men internationaal gaat. Want grootse ambities kan de familie Moura niet ontzegd worden. Een opsteker voor de filmwereld, maar naar alle waarschijnlijkheid zullen ook de komende vier jaar de bewoners van Paulínia weer naar de broodnodige investeringen in de sociale voorzieningen kunnen fluiten.
Abonneren op:
Posts (Atom)





