vrijdag 20 mei 2011

Cruzeiro

Lees net in de krant dat het internationale jeugdtoernooi van ADO Den Haag dit jaar weer gespeeld gaat worden. En jawel, de titelverdediger van de laatste twee toernooien in 2006 en 2007 doet ook weer mee: Cruzeiro Esporte Clube uit de Braziliaanse stad Belo Horizonte.
Misschien dat de gemiddelde Europeaan de naam van de club niet zoveel zal zeggen, maar in Brazilië is het een grote club. Volgens opiniepeiler Datafolha mag Cruzeiro met meer dan zeven miljoen officiële fans zich de zesde club van het land noemen.
In totaal werd de club, die haar naam ontleend aan het Braziliaanse nationale symbool van de Cruzeiro do Sul, 36 keer kampioen van de deelstaat Minas Gerais en wist het tot tweemaal toe de nationale landstitel te veroveren (1966 en 2003). Daarnaast won Cruzeiro viermaal de Braziliaanse beker en stond het evenzoveel keer in de finale van de Copa Libertadores, de Latijnsamerikaanse evenknie van de Champions League, waarvan in 1976 en 1997 succesvol.
De absolute clubikoon is de legendarische middenvelder Tostão, die onder de koosnaam Mineirinho de Ouro in 1966 en 1970 met het Braziliaanse elftal indruk maakten op de WK's van die jaren. Er ligt ook een speciaal lijntje naar PSV, omdat deze club hier haar grootheden Ronaldo en doelman Gomes vandaan plukten. Een andere wetenswaardigheid is dat de legende Jairzinho, ooit sterspeler van Botafogo uit Rio de Janeiro en vaste kracht van de Seleção bij de WK's van 1966, 1970 en 1974 bij de blauw-witten van Belo Horizonte zijn carrière afsloot.
.

dinsdag 12 april 2011

Fatale schietpartij op school in Rio de Janeiro

Een week voor de tragische gebeurtenissen in Alphen aan de Rijn vond in Brazilië een soortgelijke schietpartij plaats. In Realengo, een wijk van de stad Rio de Janeiro, werden op donderdag 7 april door de 23-jarige Wellington Menezes de Oliveira 12 kinderen in hun schoolbanken doodgeschoten, 13 anderen raakten zwaargewond. Na de fatale schoten ontnam ook Wellington Menezes, een oud-leerling van de school, zichzelf het leven door zich door het hoofd te schieten. Brazilië rouwt nu alweer een week en de zaak is nog dagelijks voorpaginanieuws. De eerste bevindingen van de civiele politie wijzen erop dat het een solo-actie van een religieus verwarde man betreft. Uit brieven, die de politie in zijn woning aantrof, blijkt dat hij lid van Jehova's Getuigen is geweest en dat hij zich de laatste tijd uitgaf voor een bekeerde moslim. De foto op zijn MSN-account toont een bebaarde man die met een strenge blik in de camera kijkt. Tevens bleek hij een fascinatie voor terreuraanslagen te hebben. Maar de politie betwijfelt of het van doen heeft met een moslimextremist. Er wordt ernstig rekening meegehouden dat er vooral veel fantasie over moslimterrorisme in het spel is. Inmiddels hebben zowel de kerk van de Jehova's Getuigen als de lokale moslimgemeenschappen zich van Wellington Menezes gedistantieerd. Teneinde uit te kunnen sluiten dat de dader niet op zichzelf heeft gehandeld heeft de minister van justitie in Brasília de civiele politie reeds zijn hulp toegezegd in de vorm van ondersteuning door de federale politie. De politiek bleef niet achter. Senaatsvoorzitter José Sarney spreekt van een nieuw nationaal referendum omtrent wapenbezit (totaal kansloos, meer ingegeven door politieke opportuniteit), terwijl er stemmen opgaan om reeds volgende maand een nieuwe ronde van ontwapening op te zetten, waarbij Brazilianen vrijwillig en straffeloos hun wapens kunnen inleveren. Deze laatste actie lijkt meer succes te zullen hebben getuige eerdere ontwapeningscampagne in de voorgaande jaren en in Rio de Janeiro zeker nu er een parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van Marcelo Freixo naar wapenbezit in de deelstaat aan het werk is.

woensdag 16 maart 2011

Gemeenteraadsverkiezingen

De presidentsverkiezingen zijn nog maar net achter de rug en Brazilië maakt zich alweer op voor de volgende ronde: de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. In de belangrijkste deelstaat van het land is het niemand minder dan de charismatische oud-president Lula die voor zijn partij PT (Partido dos Trabalhadores) de campagne zal gaan leiden. Want de socialisten willen hoe dan ook dat de kiezers van São Paulo een einde zullen maken aan de zestienjarige hegemonie van haar eeuwige politieke rivaal, de PSDB.
Deze laatste partij heeft het in 208 gemeentes van de deelstaat voor het zeggen. Haar bondgenoot DEM 70 (waaronder de hoofdstad São Paulo), evenveel als de PMDB. De PT telt er slechts 63, waaronder dan grote als Osasco en São Bernardo, maar gezien haar aanwezigheid in de deelstaat São Paulo een disproportioneel aantal.
Het is nog niet bekend wie in de stad São Paulo voor de PT in de arena zal stappen, maar deze electorale strijd is voor de partij de hoofdprijs. De afgelopen twee keer moest Marta Suplicy (oud-burgemeester van 2000 tot 2004 en partijprominent) het immers afleggen tegen José Serra (PSDB-2004) en Gilberto Kassab (DEM-2008).
De PT vreest de oprichting van een nieuwe derde spilpartij in de deelstaat (en land) nu zittend burgemeester Kassab zijn partij gaat verlaten en om electorale redenen (hij heeft presidentsambities) een eigen partij om zich heen aan het bouwen is. Dit zou de positie van de PT kleiner maken, vooral als Kassab historische bondgenoten van de socialisten als de PCdoB en de PDT aan zich weet te binden.
De PT voelt zich bedreigd in haar kerngebied (het industriële hart van het land) en zal het charisma van Lula nog hard nodig hebben.

donderdag 10 maart 2011

Doos van Pandora - deel 2

Het corruptieschandaal dat op dit moment de Braziliaanse media bezighoudt heet inde volksmond de "Mensalão do DEM". De DEM, van Democraten en voorheen de PFL, is een politieke partij die vanouds het conservatieve volksdeel bestrijkt en derhalve in het partijpolitieke spectrum op de rechterflank opereert. Het vormt sinds een aantal jaren samen met de PSDB de oppositie tegen de heerschappij van Lula's Arbeiderspartij.
Deze mensalão concentreert zich in het Federale District en kwam in november 2009 aan het licht door de operatie-Doos van Pandora, uitgevoerd door de federale politie. Het betreft een omkoopcircus waarbij politici van de in 2006 in het Federaal District regerende regeringscoalitie, ondernemers en parlementariërs grote bedragen aan geld werden toegeschoven. Na wekenlang juridisch gesteggel moest toenmalig gouverneur José Roberto Arruda het veld ruimen. Video-opnames hadden onomstotelijk aangetoond dat hij dit geld had ontvangen uit handen van ene Durval Barbosa. Ook diens vice-gouverneur Paulo Octávio moest om die reden opstappen.
Vorige week kreeg het schandaal een vervolg toen videobeelden in de openbaarheid kwamen waarin diezelfde Durval Barbosa in 2006 een hoeveelheid geld toeschoof naar de toenmalige deelstaatparlementariër Jaqueline Roriz, nu namens het Federaal District federaal afgevaardigde in de Câmara dos Deputados. Pikant detail, Jaqueline is de dochter van oud-gouverneur Joaquim Roriz (tijdelijk uit de politiek gezet wegens corruptie) en Weslian Roriz (diens vrouw, die in 2010 vergeefs een gooi deed naar het gouverneurschap van het Federaal District en daarbij voor veel politieke beroering wist te zorgen). Een dubieuze familie derhalve, die door columniste Eliane Cantanhêde van de het dagblad Folha de São Paulo werd geduid als de "Famiglia Roriz".
Zowel de Orde van Advocaten (OAB) van het Federaal District als de linkse PSOL eisen nu haar vertrek als federaal politica. Bij voorbaat nog geen uitgemaakte zaak. Het hangt allemaal van juridisch getouwtrek af of Jaqueline daadwerkelijk afstand van haar zetel moet doen.

dinsdag 8 maart 2011

Politieke rol federaal hooggerechtshof

Brazilië is een land waar de hoogste rechterlijke macht uitspraken kan doen die directe invloed op het dagelijkse politieke reilen en zeilen kunnen hebben. Met de benoeming deze maand van Luiz Fux tot elfde hogerechter is het Supremo Tribunal Federal (Federaal Hooggrechtshof) weer op volle sterkte en daarmee in staat bindende uitspraken te doen.
En de hoge dames en heren hebben een dikke politieke agenda: goedkeuring van de benoeming van de plaatsvervangers voor de federale parlementsleden (zij die parlementariërs zullen gaan vervangen wegens ziekte of aanstelling tot een regeringspost), verlenging van de Lei da Ficha Limpa (tegen corrupte politici), goedkeuring van de nieuwe partij van de burgemeester van São Paulo Gilberto Kassab (die via een ingenieuze constructie zich op de politieke ladder omhoog probeert de werken) en de bevestiging van het onlangs in de senaat met veel politieke tamtam aangenomen besluit om het wettelijk minimumloon op R$545 te stellen. Daarnaast spelen nog twee belangrijke kwesties: de mogelijke uitlevering van de linkse terrorist Cesare Battisti aan Italië en een groot onderzoek naar politieke corruptie dat voor 2012 gepland staat.
Voor brazilianisten komt er weer een leuke en interessante tijd aan!

zaterdag 22 januari 2011

Historische verhouding elite x volk

Mijn allereerste academische onderzoek over Brazilië tijdens mijn geschiedenis-opleiding in Groningen betrof een korte beschrijving van de historiografie van en rond de vermaarde socioloog Gilberto Freyre. Ik werd gegrepen door de materie en binnengeleid in de wondere wereld van het herenhuis en de slavenhut, naar Freyre's beroemdste werk 'Casa Grande e Senzala' uit 1933. Na dat onderzoek, wat amper vijf pagina's telde maar dat ik nog steeds koester, heeft Brazilië mij tot op de dag van vandaag niet meer losgelaten.
Bij het lezen vannacht van Robert Levine's studie naar de verhouding tussen de Braziliaanse elite en het gewone volk (o povo) tot aan de jaren dertig van de vorige eeuw (Robert M. Levine, 'Elite perspectives on the Povo' in Michael Conniff en Frank McCann (ed.), Modern Brazil. Elites and Masses in Historical Perspective uit 1989) kwam mijn hele afstudeeronderzoek weer helder voor de geest. In dit artikel beschrijft hij hoe de Braziliaanse elite tot voor kort (en mijns inziens in sommige gevallen nog steeds) een verwrongen verhouding met het gewone volk heeft gehad.
Het beeld dat de heersende elite beheerste schommelde tussen een romantische idylle van dociele en kinderlijke mensen en een wilde, onbeschaafde massa dat een gevaar voor de sociale orde met zich meebracht. Teneinde Brazilië toch in de vaart der volkeren op te stuwen legde men de nadruk op europeanisering van de samenleving door technologische innovatie en het aanmoedigen van een grootschalige immigratie van Europeanen, teneinde niet meer afhankelijk te zijn van de eigen immorele, cultureel inferieure en schaamteloze geachte plattelandsbevolking.
In de jaren '20 ontstonden de eerste barstjes in dit beeld door een literaire herwaardering van het volk. Nadat Euclides da Cunha's beroemde werk 'Os Sertões' uit 1901 de multiraciale volksmassa op heroïsche wijze rond de slag van Canudos in het volle daglicht had gebracht traden andere schrijvers in zijn voetsporen, variërend van idyllisch (Mário de Andrade) tot rauw (José de Almeida).
Het was het begin van de modernistische beweging die in de jaren '20 en '30 een poging deed om de Braziliaanse identiteit in al haar uniek culturele rijkdom te herdefiniëren, waardoor folklore en volkscultuur voor het eerst openlijk bespreekbaar werden gemaakt. Maar de grote meerderheid van de sociale en politieke (veelal racistische) elite was er nog helemaal niet klaar voor en reageerde dan ook geschokt toen Gilberto Freyre in zijn baanbrekende sociologische werken de seksuele vermenging van de diverse bevolkingsgroepen als basis zag van wat in zijn ogen de unieke Braziliaanse cultuur.
Met de politieke opkomst van dictator Getúlio Vargas in 1930 en zijn invoering van de Estado Novo sloeg de elite dan ook genadeloos terug. De modernistische ideeën over het volk werden onder luid applaus van de Kerk en de machtige grootgrondbezitters met militaire repressie teruggedrongen. Freyre en de zijnen moesten hun heil fysiek elders zoeken, meestal in de stad São Paulo, waar moderne ideeën door een enkeling levendig kon worden gehouden. Het gewone volk op het platteland en de allerarmsten in de steden konden weer schaamteloos worden aangeduid als lui, zwak en dom. Nog in de vroege jaren '80 verklaarde de net aangetreden militaire president generaal João Baptista Figueiredo publieke bijeenkomsten te haten om de doodeenvoudige reden dat het volk zijns inziens nog meer stonk dan zijn eigen paard.
Door de eeuwen heen is de Braziliaanse elite uiteindelijk immer gebrand geweest op de handhaving van de status quo. Zelfs academici en kunstenaars die de sociale omstandigheden in kaart brachten trokken daar meestal geen politieke conclusies uit. Ook de geroemde Cinema Novo uit de jaren '60, waarin de bestaande rauwe werkelijkheid en het sociale onrecht op soms prachtige wijze in beeld werd gebracht, kende geen politieke agenda.
Het is aan toekomstige historici om te bezien of de regeringsjaren van de volkse president Lula en die van zijn opvolgster Dilma Rousseff daar in de kern iets aan veranderd zal hebben.

vrijdag 21 januari 2011

Straatkinderen in Rio - 1

Het voordeel van werken in de nachtdienst is de gelegenheid die me geboden wordt om in alle rust artikelen en boeken over Brazilië te lezen en te bestuderen. Om mij zo verder te verdiepen in mijn kennis van de Braziliaanse maatschappij, haar geschiedenis en de mensen.
Afgelopen nacht heb ik mij zo kunnen wijden aan het verslag van een sociologische studie van de Braziliaanse afdeling van Terres des Hommes (Claudia Cabral en Valéria Brahim, "Caring for the caregiver" in Young Children in Cities: Challenges and Opportunities, een uitgave van de Bernard van Leer Foundation uit november 2010) naar de levenskwaliteit van straatkinderen in Rio de Janeiro.
De feiten mogen nagenoeg bekend worden verondersteld: het merendeel van de 21 miljoen kinderen tot 6 jaar (11% van de totale Braziliaanse bevolking) leeft in de steden en is daar overgeleverd aan het harde stadse leven van alledag. Naar schatting van de Braziliaanse autoriteiten leven er zo'n 25.000 kinderen op straat, te verdelen in een drietal groepen: straatkinderen die elke avond weer naar huis gaan, kinderen die alleen in het weekeinde naar huis gaan en zij die permanent op straat leven.
De insteek van Terres des Hommes bij dit onderzoek was het identificeren van de kenmerken van mensen die noodgedwongen op straat leven en daarbij uitgesloten zijn van onderwijs. Bij gebrek aan officiële overheidscijfers (in Brazilië een chronisch probleem als het om de levensomstandigheden van de armsten binnen de samenleving gaat) trok men de wijk in, in dit geval naar de Margueirinha-gemeenschap in de gemeente Duque de Caxias in de Baixada Fluminense, zestien kilometer van Rio de Janeiro.
Deze gemeenschap telde ten tijde van het onderzoek een hoge werkloosheid. Zo'n 45% van de bevolking zat zonder werk en had als straatverkoper of vuilnisverzamelaar in de stad Rio de Janeiro haar toevlucht gezocht in de informele economie. Door de ontoereikende inkomsten uit deze werkzaamheden werden ook de kinderen in dit proces betrokken, vergemakkelijkt door het totaal ontbreken van kinderdagopvang en basisscholen in de wijk. Het onderzoek vertelt over de slechte hygiëne in de wijk, evenals het dagelijks geweld zowel op straat als binnen de gezinnen zelf.
Al met al weinig verrassende inzichten en bevindingen. Dit alles mag toch genoegzaam bekend worden verondersteld. En ook de aangedragen oplossingen getuigen van weinig nieuwe ideeën. Het opzetten van dagcentra, basisscholen, culturele projecten en wijkorganisaties hebben reeds in andere wijken hun dienst bewezen, evenals de belangrijke rol die de overheid bij het verduurzamen van deze sociale activiteiten zou moeten spelen.
Alle respect voor het kostbare werk van Terres des Hommes, maar dit onderzoek lijkt afgaande op het artikel weinig nieuws bij te dragen aan onze kennis over dit onderwerp. Het is meer een helder geschreven introductie voor mensen die zich voor het eerst in de materie interesseren.