Wie had dat jaren geleden kunnen denken? Dat de topman van het grootste bouwbedrijf van Brazilië tot negentien jaar en vier maanden in de gevangenis zou worden veroordeeld wegens corruptie? Onvoorstelbaar in die dagen maar vandaag overkwam het Marcelo Odebrecht na een uitspraak van de federale rechter Sérgio Moro in het inmiddels tot mega-proporties uitgegroeide Lava Jato-onderzoek. Oud-bestuursvoorzitter Odebrecht werd evenals vier medebestuurders veroordeeld wegens actieve corruptie, het witwassen van crimineel geld en lidmaatschap van een criminele organisatie. Daarnaast werd het bedrijf een boete van zo'n US$35 miljoen als schadevergoeding aan Petrobras opgelegd.
Marcelo Odebrecht was al in een eerder stadium van het onderzoek, op 19 juni vorig jaar gearresteerd, samen met enkele andere topmensen van een aantal andere Braziliaanse bouwondernemingen. Deze bedrijven zouden een kartel hebben gevormd waarmee stelselmatig sinds 2006 aanbestedingen van het grote staatsenergiebedrijf Petrobras werden gefrustreerd, Daarbij werd er in grote energieplannen als Comperj (een petrochemisch project in Rio de Janeiro) en de bouw van twee raffinaderijen in Pernambuco en Paraná overgefactureerd en vervolgens aan Petrobras-bestuursleden smeergeld betaald, die vervolgens in de politieke partijkassen van de regerende PT, PP en PMDB zou zijn verdwenen. De onthullingen hierover kwamen aan het licht omdat een drietal sleutelfiguren binnen of nabij Petrobras (Paulo Roberto Costa, Pedro Barusco en Alberto Youssef) in dat smeergeldproces in ruil voor strafvermindering besloten met justitie te gaan samenwerken (delação premiada). Zij zouden een rol hebben gespeeld bij het doorsluizen van smeergeld naar buitenlandse rekeningen in Zwitserland en Monaco.
Alhoewel Marcelo Odebrecht (foto) pertinent ontkent in de genoemde aanbestedingen rechtstreeks contact met Petrobras te hebben gehad acht de rechter het bewezen dat hij er op z'n minst kennis van moet hebben gehad. Hij is er niet van overtuigd dat Odebrecht-mensen in dergelijke onderhandelingen een dermate autonomie genieten om zaken te doen. Zijn advocaten hebben al aangekondigd om juist op deze grond tegen de uitspraak van Sérgio Moro in beroep te zullen gaan.
Vanavond vindt in het Centro de Estudos da Mídia Alternativa Barão de Itararé in São Paulo een debatavond plaats over de vrijheid van meningsuiting, Deze avond is ingegeven door de pogingen van de machtige Globo-mediagroep om onwelgevallige blogs en alternatieve media door buitenrechtelijke notificaties de mond te snoeren.
Alarmerende woorden van de hoofdredacteur van het weekblad CartaCapital (equivalent van Vrij Nederland in ons land). Het politieoptreden tegen oud-president Luiz Inácio Lula da Silva brengt Brazilië op een breekpunt in haar geschiedenis, die wel eens zeer gevaarlijke politieke consequenties kan hebben.
Vandaag is oud-president Luiz Inácio Lula da Silva bij zijn huis in São Bernardo do Campo (São Paulo) door de federale politie opgehaald voor ondervraging op het politiebureau in Congonhas. Dit in het kader van de operatie-Aletheia, zoals de 24ste fase van het inmiddels roemruchte anti-corruptieonderzoek Lava-Jato is genoemd. Deze operatie werd vandaag door 200 agenten van de federale politie en 30 onderzoekers van de federale belastingdienst uitgevoerd in een drietal deelstaten: São Paulo, Rio de Janeiro en Bahia. De acties worden gedragen door in totaal 44 rechterlijke bevelen o.a. die tot huiszoeking in met name de deelstaat São Paulo. Dit laatste betreft het woonhuis van Lula, zijn vermeende appartementen in enkele andere steden in de omgeving van de stad São Paulo en de burelen van het Instituto Lula. Naast Lula worden ook zijn zoon en enkele andere familieleden en politieke medestanders verdacht van corruptie en witwaspraktijken.
Lula zou tussen 2011 en 2014 door corruptie besmet Petrobras-geld à R$30 miljoen hebben aangenomen van een bevriende veeboer José Carlos Bumlai en van de bouwondernemingen OAS en Odebrecht. Dat geld zou door hem zijn aangewend voor de verbouwing en de meubilering van zijn appartement in de badplaats Guarujá en een buitenverblijf in Atibaia. Lula ontkent dat de betreffende appartementen van hem zijn, terwijl het OM zegt daar concrete aanwijzingen voor te hebben. Daarnaast worden door justitie betalingen door het bedrijfsleven onderzocht die bedoeld zouden zijn geweest voor donaties in de PT-verkiezingskas en het geven van lezingen door Lula. Zo zou 60% van de inkomsten van het Instituto Lula (R$20 miljoen) en 49% van het LILS Palestras (R$10 miljoen) afkomstig zijn van zo'n beetje alle van corruptie rond Petrobras verdachte bedrijven; Odebrecht, OAS, Camargo Corrêa, Queiroz Galvão, Andrade Gutierrez en UTC.
De grootste verontwaardiging rond de gebeurtenissen vandaag is ontstaan door het feit dat er sowieso huiszoekingen plaatsvonden en de inzet van een grote overmacht van politiemensen om Lula in te rekenen. Lula zou namelijk al geruime tijd vrijwillig alle medewerking aan het politieonderzoek verlenen door onder andere zijn bank- en fiscale gegevens van hemzelf en van zijn organisaties (Instituto Lula en LILS Palestras) ter beschikking te stellen. Volgens de PT zou het enige doel van de actie vandaag zijn geweest om Lula publicitair en daarmee electoraal in een kwaad daglicht te zetten.
Ook Lula zelf verklaarde naderhand het allemaal een grote show te vinden op instigatie van rechter Sérgio Moro. Volgens hem waren de huiszoekingen overbodig na zijn vrijwillige coöperatie met justitie eerder dit jaar. Een show die past in de voortgaande criminalisering van de PT en haar leiders door een zeer machtige Braziliaanse elitaire minderheid die niets moeten hebben van het sociaal-democratische beleid van de PT-regeringen, laat staan van een nieuw presidentschap door Lula in 2018.
Het federale OM en de federale politie ontkennen elke politieke vooringenomenheid in deze zaak. Men hanteert het beginsel van gelijke monniken, gelijke kappen. Ook zegt men dat de huiszoekingen niets te maken hebben met de publicatie gisteren in het weekblad IstoÉ van gelekte informatie uit een vertrouwelijke bekentenis van senator Delcídio do Amaral (PT-MS) over zijn kennis van Petrobras-corruptiepraktijken binnen de PT in een directe lijn met Lula en zittend presidente Dilma Rousseff.
Het laat voor mij onverlet dat het recht in een democratische rechtsstaat zijn beloop moet hebben en er is natuurlijk helemaal niets mis met het gegeven dat politieke kopstukken zich voor justitie moeten verantwoorden naar aanleiding van vermeende criminele activiteiten. Dat geldt ook voor Lula en andere Braziliaanse toppolitici. Mocht de rechter uiteindelijk bepalen dat er op basis van deugdelijk bewijsmateriaal daadwerkelijk door Lula strafbare feiten zijn gepleegd dan is een veroordeling terecht. Ik vermoed dat Lula het daar helemaal mee eens zal zijn.
Mijn verontwaardiging is vooral de manier waarop tegenstanders van Lula en zijn PT vandaag als een aangeslagen hond op de aanhouding en huiszoekingen reageren. Er is nog niemand veroordeeld, laat staan in staat van beschuldiging gebracht. Lula en de zijnen zijn slechts aangehouden voor verhoor op verdenking van een strafbaar feit. En het volk, opvallend vaak van blanke en meer bedeelde afkomst, opgehitst door een samenspel van rechts-conservatieve politieke krachten en zeer vooringenomen mediaconcerns roepen moord en brand, impeachment en gevangenisstraffen. Dat is wat mij verontrust. De manier waarop de democratie, zij het in Brazilië zij het elders in de westerse wereld zoals in Nederland, met democratische middelen maar op oneigenlijke gronden de nek wordt omgedraaid. De beangstigende macht van het beeld en de gevoeligheid van het electoraat om daar onbesuisd mee om te gaan.
Een klimaat waarin extreem-rechtse politici garen kunnen spinnen. De manier waarop een federaal afgevaardigde als Jair Bolsonaro (PSC-RJ), de Braziliaanse Geert Wilders/Donald Trump/Jaroslaw Kaczynski, zich vandaag in Paraná als de enig betrouwbare presidentskandidaat positioneerde en een eventuele gevangenschap van Lula als nationale feestdag wil uitroepen. Stuitend! Ongevaarlijk? Het politieke klimaat in Brazilië is in de loop der jaren dermate verziekt geraakt dat populisme van beide kanten een gevaarlijke tweedeling in de Braziliaanse maatschappij veroorzaakt. Een klimaat waarin burgers zonder scrupules het leger oproepen om opnieuw een staatsgreep te plegen en zowaar een Bolsonaro tot grote politieke hoogte kunnen brengen. Nee, Jair Bolsonaro zal nooit de volgende president van Brazilië worden, maar mensen zoals hij creëren een publieke opinie waar de honden geen brood van lusten.
Eliete Paraguassu is een van de leiders van de lokale Vissersvakbond op het Braziliaanse eiland Maré. Ze wijdt haar leven aan de bescherming van de traditionele quilombola-visserscultuur in de Allerheiligenbaai in de deelstaat Bahia. Deze zwarte cultuur wordt bedreigd door de roekeloze activiteiten van de petrochemische industrie. ‘Men heeft geen idee hoe pijnlijk het leven van een vissersvrouw in de mangrove is. Niemand weet hoeveel leed de vernietiging van de zandbanken onze gemeenschappen veroorzaakt.’
‘Wij voelen ons sinds twaalf jaar bedreigd,’ zegt Eliete Paraguassu over de regelmatige ongelukken op de verschillende petrochemische industriegebieden aan de randen van de baai. ‘Elke morgen staan wij op en vragen ons af welke verrassing ons die dag zal wachten. Waar zal er een explosie plaatsvinden, welke verordening zal worden uitgevaardigd?’
Het belangrijkste doel van de Vissersvakbond is de bescherming van de traditionele visgronden van de quilombola-gemeenschappen tegen het ongebreidelde en destructieve economische beleid van ‘desenvolvimento’ (ontwikkeling) van de Braziliaanse overheid en het bedrijfsleven. ‘De petrochemische bedrijven zullen proberen ons voor de voeten te lopen met hun installaties. Ze zullen onze quilombo’s reduceren en onze inheemse gemeenschap vernietigen. Onze mangrove zit vol bloed, bij wijze van spreken, en wij zullen niet stilletjes met onze armen over elkaar blijven zitten. Wij worden gedood in de naam van de winst, in naam van het geld, in de naam van een bepaald ontwikkelingsmodel.’
De aanwezigheid van de grote petrochemische industrieën bedreigt niet alleen het milieu en de gezondheid. ‘Wij vissersvrouwen voelen ons constant onveilig in de mangrove. Er worden vrouwen verkracht door medewerkers van deze bedrijven. In onze cultuur was het traditioneel normaal voor een vrouw om in haar eentje in de mangrove te gaan vissen. De autoriteiten hebben er geen weet van hoe machteloos wij ons voelen als er geen enkele hulp is voor vrouwen die in de mangrove worden aangevallen.’
De vissersvakbonden proberen de desastreuze gevolgen van de petrochemische activiteiten aan te tonen voor de traditionele manier van leven in de quilombola-gemeenschappen. Eliete is het niet te doen om een financiële genoegdoening. ‘Zelfs als ze met duizenden boten vol geld aankomen zal dat onze pijn en die van onze verwanten niet kunnen genezen. Dit is alles wat wij hebben op Maré: de mangrove, ouders, kinderen en vrienden. Ik heb geen geld nodig om gelukkig te kunnen zijn.’
Brazilië heeft een nieuwe minister van Justitie. Na bijna zes jaar trouwe dienst en daarmee de langstzittende jusitieminister van het land is afgelopen maandag minister José Eduardo Cardozo afgetreden. Formeel om de plaats te nemen als het nieuwe hoofd van de Landsadvocatuur (Advocacia-Geral da União), in werkelijkheid uit zijn functie verdreven door de top van zijn eigen partij, de PT (Partido dos Trabalhadores). Dit nadat de federale politie, dat direct onder de minister van justitie valt, in het kader van de Operatie-Carwash (Lava-Jato) maar blijft doorgaan met onderzoek naar betrokkenheid van zeer hoge PT-functionarissen bij dit inmiddels tot mega-proporties uitgegroeide corruptieproces.
Zijn vervanger is Wellington César Lima e Silva (Salvador,1966) is een jurist en komt uit Bahia. Sinds 1991 maakte hij carrière binnen het openbaar ministerie van die deelstaat, waaraan hij de afgelopen vier jaar lang leiding gaf. Tot aan zijn benoeming tot minister van Justitie afgelopen maandag hadden weinig Brazilianen ooit van hem gehoord. Hij heeft zich in het recente verleden in de Bahiaanse media openlijk uitgesproken tegen de omstreden en door rechts-conservatief Brazilië verlangde verlaging van de leeftijd van het volwassenenstrafrecht en daarmee in politiek vaarwater begeven. In zijn ogen zou die reductie een "gesimplificeerde en ontoereikende oplossing zijn dat de maatschappij geen enkel voordeel zal opleveren." ("Ela é uma solução simplificada e insuficiente, que não pode trazer à sociedade qualquer tipo de avanço”)
Alles lijkt erop dat hij in Brasília is geparachuteerd door de huidige chef-staf van het presidentieel paleis, de eveneens uit Bahia afkomstige en PT-prominent Jaques Wagner. Wellington César verklaarde nog voor zijn officiële toetrede tot het kabinet van presidente Dilma Rousseff dat wat hem betreft de federale politie in de lopende corruptieonderzoeken geen strobreed in de weg zal worden leggen. Maar ik kan mij toch niet aan de indruk onttrekken dat zijn benoeming gevolgen zal hebben op de loop van het justitiële onderzoek. Daarvoor was de uit São Paulo afkomstige oud-minister Cardozo inmiddels een te machtig persoon in het politieke spel in Brasília en binnen de PT geworden. Via de link Wagner/Wellington César zal de PT-leiding het onderzoekspatroon van de federale politie beter kunnen beïnvloeden in haar pogingen om de politieke schade te beperken die door de verdachtmakingen en daadwerkelijke onthullingen aan het adres van de hoogste leiders van de socialistische partij een steeds grotere omvang aanneemt.