Een van mijn beste Braziliaanse vrienden is de deelstaatafgevaardigde voor de PSOL in Rio de Janeiro, Marcelo Freixo. Afgestudeerd historicus en reeds jarenlang werkzaam in de frontlinie voor de bescherming van de rechten van de mens heb ik hem tot tweemaal toe in mijn hoedanigheid als landenmedewerker-Brazilië van Amnesty International mogen begeleiden tijdens een toernee door Europa en zijn bezoeken aan Nederland. Bij die gelegenheden heeft hij grote indruk op mij gemaakt. Een bevlogen en aimabel activist die zijn zaak bij elke gelegenheid uiterst nauwkeurig en met kracht onder woorden kon brengen.
maandag 10 oktober 2011
Marcelo for president
Een van mijn beste Braziliaanse vrienden is de deelstaatafgevaardigde voor de PSOL in Rio de Janeiro, Marcelo Freixo. Afgestudeerd historicus en reeds jarenlang werkzaam in de frontlinie voor de bescherming van de rechten van de mens heb ik hem tot tweemaal toe in mijn hoedanigheid als landenmedewerker-Brazilië van Amnesty International mogen begeleiden tijdens een toernee door Europa en zijn bezoeken aan Nederland. Bij die gelegenheden heeft hij grote indruk op mij gemaakt. Een bevlogen en aimabel activist die zijn zaak bij elke gelegenheid uiterst nauwkeurig en met kracht onder woorden kon brengen.
zondag 9 oktober 2011
Quilombos
Suriname kent zijn bosnegers of marrons, maar ik heb vanavond uit de prachtige tv-serie De Slavernij van de NTR begrepen dat dat laatste woord zeer denigrerend is. Het zou zoiets als "gevluchtte beesten" betekenen. Brazilië, een land waar de slavernij net als in Suriname de maatschappij in velerlei opzichten gevormd heeft, kent natuurlijk ook haar geschiedenis van weggelopen slaven. Zij vestigden zich in onherbergzame gebieden in het binnenland, in gemeenschappen die de geschiedenis zijn ingegaan als quilombos of mocambos. Het waren kleine gemeenschappen (niet meer dan honderd mensen) die zich in leven hielden met landbouw en overvallen op suikerplantages. Er werden door de Portugese eigenaren expedities, onder leiding van 'capitães do mato' (meestal vrije Afrikanen), opgezet om deze mensen terug te voeren naar de plantage. Meestal met succes, maar toch bleven er velen bestaan. Tot op de dag van vandaag. Een zichtbare erfenis van een wrede periode uit de Braziliaanse geschiedenis. Inmiddels hebben deze quilombos zich ontwikkeld tot hechte gemeenschappen, vergelijkbaar met de vele beschermde gebieden voor de oorspronkelijke inheemse bevolking van het land. Ook qua problematiek. In de federale grondwet van 1988 is bepaald dat alle quilombo-gemeenschappen van het land definitief een eigen territorium toebedeeld krijgen. In 2003 bekrachtigde president Lula dit voornemen nog eens officieel. Tussen 2003 en 2010 hebben echter slechts 72 gemeenschappen land toegewezen gekregen. Anno 2011 blijkt Incra, het federale orgaan dat zich bezighoudt met de landhervorming, een totaal van 1.076 processen tot landtoekenning aan quilombos onder haar hoede te hebben. Met de huidige bezetting en financiële middelen van het instituut zou het nog minstens 150 jaar duren voordat aan deze opdracht is voldaan, aldus de voorzitter van de Incra, Celso Lacerda. Met deze mededeling hoopt Lacerda bij de federale overheid meer mensen en geld te kunnen krijgen. Een ideale kans om een historisch onrecht definitief recht te zetten.
zaterdag 8 oktober 2011
PSD
vrijdag 8 juli 2011
Marina stapt uit de groene partij
Marina was met de top van de PV in aanvaring gekomen over een democratisering en verdergaande modernisering van de partij. Dit was tussen haar en de partijtop overeengekomen tijdens haar overstap van Lula's PT naar de groenen in 2009, maar het partijkader rond zittend voorzitter José Luiz Penna (die deze functie reeds 12 jaar bekleedt) weigerde daar uitvoering aan te geven.
Het ziet ernaar uit dat de PV van deze affaire de grootste nadelen zal ondervinden. Het merendeel van de 20 miljoen Brazilianen die in 2010 op Marina stemden deden dat niet vanwege de partij, maar eerst en vooral uit sympathie voor Marina's uitstraling en persoonlijke politieke inzet.
woensdag 6 juli 2011
Zaak-Nascimento
Nadat het weekblad Veja een paar dagen later met het nieuws kwam dat de zoon van Nascimento (de architect Gustavo Morais Pereira) in 6 jaar tijd met zijn bedrijf 86.500% winst had gemaakt (van R$60.000, - in 2005 naar R$52 miljoen in 2011) werd de positie van Nascimento politiek onhoudbaar. De grootste oppositiepartij PSDB zei een parlementair onderzoek op te gaan zetten (CPI de Dnit), de PSDB en de DEM eisten van het federaal OM een grondig onderzoek naar de top van de PR en de ambtenaren op het ministerie van Transport, terwijl de PPS vroeg om een onderzoek van de federal rekenkamer naar de boekhouding van de aan het ministerie gelieerde Dnit en Valec tussen 2004 en 2011. Terwijl minister Nascimento ter verantwoording naar het Congres werd geroepen bereidt de regering een ministerswissel voor, waarbij het zich naar laat aanzien de PR haar ministerspost mag behouden.